Theodor en Prof. Mr Pieter

Theodor Holman, Het Parool, 2 mei 2009

‘Spreek ik met mijnheer Van Vollenhoven?”
”Spreekt u mede.”
”Mijnheer Van Vollenhoven, u bent toch de voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid?”
”Dat ben ik. Klopt. Wat is er aan het handje.”
”Mijnheer Van Vollenhoven, u bent toch ook praktijkhoogleraar van het risicomanagement?”
”Zeker, dat ben ik, Pieter van Vollenhoven, daar spreekt u mede.”
”En u hebt toch destijds gepleit voor een minister voor Veiligheid?”
”Ja, dat ben ik… Come to the point… Wat wilt u van mij?”
”En u bent… ehm… lid van de koninklijke familie?”
”Absoluut… Kom snel ter zake, jongeman. Wat is er loos?”
”Ja.. eh… majesteit… ik bedoel: prins Pieter… ik bedoel, hoe zal ik het zeggen… Apeldoorn… ik bedoel… U bent toch voorzitter…” 
”U bedoelt die ramp die mijn familie trof in Apeldoorn?”
”Eigenlijk wel. Gaat u daar iets aan doen, prins Pieter? Als voorzitter van de Onderzoeksraad?”
”Ik weet niet waar u op doelt. Wat wilt u nu zeggen?”
”Tja… nee… ik bedoel, het valt mij ook moeilijk, prins Pieter… Maar neem nu bijvoorbeeld prins Willem-Alexander.”
”Wat is daarmee?”
”Nou ja… op internet lees ik, misschien wel terecht, dat hij een hoge militair is… Met allemaal strepen… Had hij niet direct uit de bus moeten springen en moeten helpen?”
”Zeer onsmakelijk, dat u dat zegt.”
”Zeker, zeker, excuses…. maar waarom eigenlijk?”
”Kijk, vroeger voerden vorsten het leger aan, maar tegenwoordig moeten ze gewoon beschermd worden, anders gaat de monarchie kapot.”
”Ja… eh… oh… ach zo. Dus hij is militair en hoeft dus niets te doen bij een ramp?”
”Precies!”
”Oh ja. En u, als voorzitter van de Onderzoeksraad, gaat deze ramp niet onderzoeken.”
”Nee, dat zou een verstrengeling van belangen zijn.”
”Aha…aha… ik begrijp het… juist. Dus… het is goed zo, zal ik maar zeggen.”
”Het is natuurlijk vreselijk wat er is gebeurd.”
”Ja, oké, ik begrijp het. Nou… tot de volgende ramp dan maar weer.”

Bron(nen):   Het Parool