De magere jaren

Het zijn beroerde tijden: meer schulden, meer belastingen, meer werklozen, en het einde van al het onheil is nog niet in zicht. Aldus David Brooks in The New York Times.
In de VS moeten er bijvoorbeeld eerst 10 miljoen banen bijkomen voordat de werkloosheidscijfers weer op het niveau van 2007 zitten… En het zijn de mannen die de zwaartse klappen krijgen. 
Onder schoolverlaters scoren vrouwen op dit moment beter dan mannen. En op de arbeidsmarkt – en dan in de lagere regionen – zijn het vooral de mannenbanen die nu krimpen of die domweg verdwijnen. Ergo: de crisis is allereerst een mannending.
In de VS heeft op dit moment een vijfde deel van alle mannen tussen de 25 en 54 jaar geen werk – een mijlpaal. En voor het eerst werken er meer vrouwen dan mannen.
Verder worden scholieren/schoolverlaters in het bijzonder geraakt door de crisis. Voor wie toch een baan vindt, betekent dat: veel minder verdienen dan wat gebruikelijk is. Op een hele levensloopbaan kost dit de betrokkenen een fortuin. 
Brooks vraagt zich af wat de culturele gevolgen van deze ingrijpende veranderingen zullen zijn. 
Allereerst is langdurige werkloosheid voor een man iets verschrikkelijks – hij gaat drinken, zijn vrouw en kinderen slaan, en reken maar dat veel meer huwelijken kapot gaan.
Verder komt het erop aan hoe sterk de sociale verbanden zijn. "If social bonds are strong, nations can be surprisingly resilient. If they are weak, things are terrible."
Dat Brooks hieromtrent weinig optimistisch is, kunt u zelf lezen in zijn uitstekende essay.

Bron(nen):   The New York Times