‘Mijn grootste fout in het Witte Huis’

Karl Rove was jarenlang een naaste adviseur van president George W. Bush en is inmiddels columnist bij The Wall Street Journal. Vandaag kijkt hij terug op wat hij zijn grootste fout noemt: de manier waarop Bush c.s. omgingen met de beschuldiging van de oppositie (uit 2003) dat ze Saddam Hussein en Irak waren binnengevallen, op zoek naar massavernietigingswapens, terwijl ze wel wisten dat die er niet waren.
Senator Ted Kennedy nam 7 jaar geleden het voortouw en beschuldigde de toenmalige president ervan dat hij een loopje met de waarheid nam. De presidentskandidaten van destijds, John Kerry en John Edwards, vielen hem bij en namen Bush onder vuur.
De beschuldiging nam wereldwijd een enorme vlucht en nog altijd is goed te begrijpen waarom de opwinding zo groot was: bijna niets is erger dan een staatshoofd dat zich leugens permitteert om een oorlog te beginnen en zo zijn soldaten naar het front voert – de dood tegemoet. 
Rove opent hier in The Wall Street Journal de tegenaanval. En citeert uit oudere toespraken van deze Democratische prominenten. Waaruit valt op te maken dat ook zij – in 2002 toen de vraag werd gesteld of er geweld tegen Saddam Hussein moest worden gebruikt – ervan waren overtuigd dat de president van Irak over massavernietigingswapens beschikte. 
Volgens Rove moeten we de latere zwenking zien als een politieke aanval; de Democraten wilden in 2004 het presidentschap veroveren (wat niet lukte), maar intussen werd het hele opinieklimaat vergiftigd met de beschuldiging van de leugens van de zittende regering.
Stom, zegt Rove nu, dat hij niet eerder inzag wat de effecten van deze aanvallen zijn geweest. En stom dat hij destijds deze aanvallen niet heeft gepareerd met citaten van degenen die Bush in 2003 beschuldigden van leugens, terwijl ze een jaar tevoren soortgelijke opinies ventileerden.

Bron(nen):   The Wall Street Journal