HPV vaccin gevaarlijk en overbodig?

‘De vaccinatie tegen baarmoederhalskanker voldoet niet aan de criteria voor het Rijksvaccinatieprogramma en kan daarom beter afgeschaft worden. Bovendien zou dat veel kosten schelen’, schrijven dr. A. S. Groenewoud en dr. R. Seldenrijk, respectievelijk directeur van het Lindeboom Instituut voor ethiek van de gezondheidszorg en directeur van de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV), in het Reformatorisch Dagblad.

Bijna 40% van de meisjes komt niet opdagen bij de vaccinatie tegen het humaan papillomavirus (HPV). Het RIVM, verantwoordelijk voor het Rijksvaccinatieprogramma, beraadt zich over de oorzaken en de campagne. Terecht zeggen Groenewoud en Seldenrijk, want er werd te weinig aandacht besteed aan de beste manier om kanker te voorkomen: geen wisselende seksuele contacten en regelmatig een uitstrijkje laten maken. Hun standpunt is vanzelfsprekend als je weet dat het Lindeboom Instituut een wetenschappelijk studiecentrum is dat ‘vanuit de christelijke levensbeschouwing’ werkt, en de NPV ‘vanuit Bijbelse waarden en normen’ werkt. Welopgevoede christelijke meisjes en vrouwen hebben uiteraard geen wisselende seksuele contacten en zelfs geen monogame relatie met iemand die dat zou kunnen hebben.

Eén van de redenen waarom het HPV vaccin volgens deze auteurs niet aan de eisen van het Rijksprogramma voldoet, is dat het niet gaat om een ernstige ziekte die (potentieel) een grote groep mensen bedreigt. Jaarlijks overlijden 200 vrouwen aan baarmoederhalskanker, van wie 100 omdat ze geen uitstrijkjes laten maken. Bijna 75% van de patiënten overleeft; bij vroegtijdige behandeling zelfs 100%. Jammer is dat ze alleen naar de sterfte door kanker kijken. In een voorstadium van baarmoederhalskanker is soms een conisatie nodig. Dan wordt een kegelvormig stukje weefsel van de baarmoedermond verwijderd. De baarmoedermond sluit dan minder goed en dit kan onvruchtbaarheid, miskramen en premature geboortes tot gevolg hebben.

  
Op sommige punten hebben de heren gelijk, o.a. dat de effectiviteit en veiligheid bij meisjes van 12-13 jaar nog onvoldoende is onderzocht, én dat het vaccin niet maatschappijbreed geaccepteerd wordt. Het hele programma heeft tot veel onrust en onduidelijkheid geleid, met een lage opkomst als gevolg. Maar daar dragen artikelen als dit alleen maar aan bij.

Een ander voorbeeld van paniek zaaien is te vinden in de Metro France: daarin staat een lijst van middelen die bij het Agence française de sécurité sanitaire des produits de santé (Afssaps) onder verscherpt toezicht staan. Op die lijst staan ook Cervarix en Gardasil, die in Nederland als HPV-vaccin worden gebruikt. Dat heeft ertoe geleid dat verhalen de ronde doen in de trant van ‘Cervarix en Gardasil staan op een lijst van verdachte medicijnen’. Nee, dus. Het Afssaps betreurt dat de publicatie van de lijst tot zoveel onrust heeft geleid: ‘De resultaten van studies, die onder dit toezicht zijn uitgevoerd, tonen aan dat dit middel goed verdragen wordt en trekt het nut van de vaccinatie niet in twijfel’. Alle nieuwe medicijnen die op de markt worden gebracht, worden aan een ‘verscherpt toezicht’ onderworpen. Dat is dus ook het geval met de HPV-vaccins. Dit middel is in Frankrijk tussen 2006 en 2007 op de markt gebracht en nu, 4 jaar later, vindt het Afssaps het gebruik verantwoord vanaf 14 jaar.

Bron(nen):   Reformatorisch Dagblad  Afssaps  Metro France