De militaire coup als anachronisme

De militaire coup in Honduras is wereldwijd en zeker in Latijns-Amerika veroordeeld met een eensgezindheid die zijn weerga bijna niet kent. Dat zegt veel, zo schrijft The New York Times, over de manier waarop tegen een militaire staatsgreep wordt aangekeken, namelijk als een anachronisme, als een fenomeen uit vervlogen tijden.
Hoewel de linkse president Manuel Zelaya de spanning in zijn land zelf op de spits heeft gedreven, veroordeelden andere Latijns-Amerikaanse landen de staatsgreep zonder uitzondering, en ongeacht de politieke kleur van hun regeringen. De verdrijving van Zelaya werd natuurlijk veroordeeld door Venezuela, Bolivia, Ecuador, Cuba en Nicaragua, landen die deel uitmaken van het linkse samenwerkingsverband ALBA (Boliveriaans Alternatief voor de America’s). Maar de argumenten van de coupplegers, die worden gesteund door het Hooggerechtshof in Honduras, konden ook de regeringen in Chili, Argentinië en Brazilië niet overtuigen. Die landen hebben alle drie bittere herinneringen aan militaire dictaturen.
Twaalf uur na de coup kwamen presidenten van de ALBA-landen al bijeen in Nicaragua om hun steun uit te spreken voor Zelaya. Ze beschuldigden de Verenigde Staten ervan de coupplegers te steunen, zo meldt Tico Times, de Engelstalige krant van Costa Rica (waar Zelaya zondag heen werd gevlogen). Maar opmerkelijk is juist de duidelijke steunverklaring van de regering-Obama voor Zelaya – ook al waren de betrekkingen tussen de VS en Honduras weinig hartelijk nadat Honduras zich bij het ALBA had aangesloten. De Amerikanen zeggen te werken aan een terugkeer van Zelaya naar Honduras. Die opstelling contrasteert sterk met die van de regering-Bush, die in 2002 wel duidelijk sympathiseerde met een couppoging tegen de Venezuelaanse president Hugo Chavez.
Foto: Zelaya in gelukkiger tijden met de Nicaraguaanse president Daniel Ortega en de Venezuelaanse president Hugo Chavez.

 
Bron(nen):   The New York Times  Tico Times