Israël is jarig. Maar er valt niets te vieren

Israël vierde deze week zijn 62ste verjaardag, normaal een moment om stil te staan bij de slachtoffers die vielen maar ook een moment voor gepaste blijdschap.
Dit jaar is dat anders, zo schrijft The New York Times. Er heerst angst voor de toenemende nucleaire macht van Iran en er bestaan zorgen om het feit dat er een president in het Witte Huis zit die weinig oog heeft voor Israel en de Israelische belangen.
Volgens Haaretz is het nog erger en bevindt het land zich in een wereldwijd isolement. Afgaande op een internationale poll staat Israël hoog op de lijst van meest gehate landen, tussen Iran, Noord-Korea en Pakistan. 
Deze nagenoeg mondiale afwijzing baart veel Israëli’s zorgen. Links geeft de regering de schuld vanwege het harde optreden tegen Palestijnen, rechts wijt de aanzwellende haat aan Palestijnen, Arabieren en het onverschillige Westen.
Economisch maakt Israël bijzondere tijden door: de industrie boomt, mensen verdienen goed en de bevolking groeit gestaag. Maar somberheid overheerst en steeds meer realiseren mensen zich dat een zekere welwillendheid – die voortkwam uit de Holocaust – is verdwenen. 
Bij het woord Israël denken mensen niet langer aan concentratiekampen, maar aan de checkpoints waar rijen Palestijnen worden gemaltraiteerd.

Bron(nen):   The New York Times