‘Als ik Thierry af en toe een keer educatief “op de bek” had geslagen was Nederland nu een beter land geweest

Xavier Baudet vreest dat zijn neef Thierry over lijken gaat. Hij trok in hun beider jeugd veel met de leider van Forum op. En toen Thierry met zijn partij begon dacht zijn neef dat het allemaal wel los zou lopen. Dat het misschien een bevlieging was. Maar nu wil hij toch waarschuwen. Dat doet hij in Mare, het blad van de universiteit waar Xavier werkt.

Hij weet nog hoe ze samen op de trap zaten van het huis van hun grootouders in het Franse Corpoyer-la-Chapelle, nabij Dijon. ‘Thierry, toen dertien, vroeg aan mij: “Denk je niet dat alle problemen van onze tijd zijn terug te voeren op de democratie?” Dat is een prikkelende vraag voor iemand die later nota bene het Forum voor Democratie opricht. Thierry heeft namelijk niets met democratie. Hij gelooft in meritocratie, waarbij een elite met bepaalde verdiensten bestuurt. Wat die verdiensten zijn, bepaalt hij natuurlijk.’

‘Destijds reageerde ik vaak wat lacherig op hem. Als kinderen leuk met elkaar speelden, was Thierry degene die zei: “Kunnen we het in godsnaam over iets intelligenters hebben?” Dat deed hij ook bij familieleden die gewoon aan het kletsen waren. Hij wilde het bijvoorbeeld per se hebben over Vergilius, om zijn ooms, tantes, neefjes en nichtjes laten zien dat hij veel intelligenter was.

Thierry snakte naar erkenning, zegt Baudet. ‘Maar dat kreeg hij niet, terwijl anderen die dat volgens hem wél kregen. Als hij geen waardering krijgt, gaat hij sarren. Dat is steeds erger geworden. Als je iets van zijn gedrag zei, en dat gebeurde al zelden, dan kreeg je ruzie met zijn ouders. Kritiek werd niet geuit, maar er ontstond een soort klimaat waarbij je eigenlijk niet naast Thierry in de auto wilde zitten. In feite was het zielig, want hij begreep zelf niet eens dat hij zich misdroeg en waar de kilte vandaan kwam. De suggestie dat hij problemen had, werd weggewuifd, want “Baudetjes zijn altijd een beetje excentriek.”

 ‘Ik heb hem nooit iets antisemitisch horen zeggen, maar hij begon wel over ras. Dan opperde hij dat het geen toeval kon zijn dat er zo weinig zwarten zijn die briljante uitvindingen hebben gedaan. Of hij vroeg: “Noem eens een werk van eeuwigheidswaarde van een zwarte componist? En kom niet aan met Stevie Wonder.” Het zou ook kunnen dat hij alleen maar ongelooflijk wil provoceren. Ik denk ook niet dat hij een antisemiet is, maar een racist, dat zou kunnen. Ik weet het gewoon niet.’

‘Thierry wil floppen. Bij succes, zoals bij de Provinciale Statenverkiezingen, schiet hij alles weer aan gort met die boreale speech. Nu doet hij dat ook weer met zijn keuze voor de viruswappies.

Bron(nen):   Mare