‘CDA-top voert fluistercampagne tegen Omtzigt: Welkom in Den Haag’

Er komt steeds meer steun voor Pieter Omtzigt, die door de CDA-top bewust naar de achtergrond is gemanoeuvreerd en zelfs 'labiel' wordt genoemd door zijn naaste collega's. Op Twitter is #TeamOmtzigt trending. Onder meer Renske Leijten haalt fel uit naar politiek en media.

‘Fluistercampagnes zijn walgelijk. Omtzigt verdient dit niet. Maar welkom in Den Haag, dit gebeurt op grote schaal in politiek Den Haag. Bedoeling? Beschadigen van sterke en gevreesde tegenstander', zegt Leijten op Twitter.

CDA-fractievoorzitter in de Provinciale Staten van Overijssel, Bouwien Rutten is al opgestapt. "Ik herken wat er nu met Pieter gebeurt binnen de partij heel erg.”

In de De Telegraaf zei een anonieme bron dat er bij Omtzigt onder meer sprake was van "door de kamer vliegende projectielen" en "huilbuien". Het betreft een ‘fluistercampagne’ van de CDA-top richting Omtzigt, zo reageert een andere bron in HP/De Tijd. De informatie is volgens weer een andere bron ‘zwaar aangezet’ om Omtzigt te beschadigen.

Er zou binnen de regering gesproken zijn over het 'temmen van Omtzigt'. CDA-ministers Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra zouden tegen openbaarmaking van de notulen van de ministerraad hebben gestemd, omdat zij zelf deelnamen aan het gesprek over het 'temmen' van Omtzigt.

Binnen het CDA zijn er genoeg leden die achter Omtzigt staan. Vanuit het regionale netwerk wil de afdeling Midvoor een kaartenactie beginnen. "Na alle negatieve berichtgeving in de media heeft Pieter zo'n positief signaal vanuit de achterban hard nodig," klinkt het.

Dave Ensberg van Midvoor noemt de actie van de CDA-top niet-christendemocratisch. "Je gaat niet iemands ziektebeelden lekken naar de pers. Dat is lelijk, laf en dom." 

Dat Pieter Omtzigt, na het cruciale parlementaire werk dat hij heeft verricht, zo behandeld wordt door de CDA-top, is ongemeen hard. Zelf zegt hij emotioneel 'diep in het rood' te zitten en zich in de steek gelaten te voelen. Misschien helpt de online steun een piepklein beetje:

Bron(nen):   NOS  HP/De Tijd