Voor de euro zou het prettig zijn als de politici even van vakantie terugkwamen

Op 21 juli slaagden de 17 regeringleiders van de eurolanden er (tenslotte) in afspraken te maken die de euro moeten redden. En daarna gingen ze met vakantie. Te vroeg, want de euro is er slechter aan toe dan voor 21 juli. Spanje en Italië, na Duitsland en Frankrijk de grootste economieën van de EU, staan op omvallen. Voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie was opmerkelijk open in zijn diepe zorg uitgesproken over de forse stijging van de rente op Spaanse en Italiaanse staatsobligaties. Volgens hem moeten de afspraken die op 21 juli zijn gemaakt bij de tweede redding van Griekenland snel uitgevoerd worden. ‘De spanningen op de markt tonen een toenemende zorg bij beleggers over de capaciteit van de eurozone om deze crisis aan te pakken.’
Maar om die maatregelen uit te voeren moeten ze deels worden voorgelegd aan parlementen. Die zijn er niet. En de meeste regeringleiders ook niet.
De Finse premier Jyrki Katainen vindt de huidige hoge rentes van Italië en Spanje ‘uitzonderlijk zorgwekkend en beangstigend’, zei hij woensdag tegenover de Finse zender YLE. ‘Heel Europa verkeert in een gevaarlijke situatie.’
Maar het is zomer, dus de oplossing volgt in september.

Bron(nen):   Het Financieele Dagblad (betaald)