De
ex van Joke kon zijn gang gaan met een tattoomachine van AliExpress, 250 keer zette hij zijn naam en boodschappen op haar gezicht, lijf en intieme delen. De relatie was volgens Stichting Spijt van
Tattoo jarenlang destructief: vernederingen, angst, bedreigingen, en uiteindelijk dwang om zich te laten tatoeëren op plekken waar volgens hem andere mannen haar hadden aangeraakt.
Toch werd de man niet gestraft. Justitie kreeg dwang juridisch niet rond, omdat hij volhield dat zij het “prima” vond en harde bewijzen zoals videobeelden of getuigen ontbraken. Strafrechtadvocaten wijzen erop dat gedwongen
tatoeëren in theorie mishandeling of zelfs zwaar lichamelijk letsel kan zijn, maar dat bewijs in de praktijk vaak de zwakke schakel is.
Intussen probeert Joke haar huid én leven terug te krijgen. Met hulp van Stichting Spijt van Tattoo zamelt ze geld in om de tatoeages weg te laseren, een proces dat vele malen duurder is dan het zetten ervan. De zaak legt een pijnlijke vraag op tafel: hoeveel dwang achter de voordeur laten we pas tellen als er onweerlegbaar bewijs is?
Joke is inmiddels het gezicht van
Stichting Spijt van Tattoo, die via crowdfunding geld inzamelt om bij haar en andere vrouwen de ongewenste tatoeages kosteloos te verwijderen. Het verwijderen met een laserapparaat is volgens de stichting ongeveer tien keer zo duur als het zetten.