Veel meer huizen in het Groningse aardbevingsgebied blijken mogelijk onveiliger dan de overheid de afgelopen jaren heeft voorgespiegeld. Dat is geen incident, maar het zoveelste bewijs van een versterkingsoperatie die op papier werkt en in de Groninger klei wankelt.
Huizen die “veilig” waren, blijken toch gammel
Duizenden versterkingsrapporten in
Groningen blijken fouten te bevatten of ondeugdelijk te zijn onderbouwd. Bewoners kregen rapporten over de veiligheid van hun huis waarin verkeerde gegevens stonden, of zelfs rapporten die grotendeels over een ander huis bleken te gaan. Sommige woningen zijn op basis van zulke rapporten als veilig aangemerkt, terwijl bewoners al jaren scheuren, verzakkingen en angst ervaren.
Het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) gaat deze rapporten nu tegen het licht houden. Dat gebeurt niet uit luxe, maar omdat onderzoeksjournalisten, lokale media en bewoners blijven signaleren dat het simpelweg niet klopt wat er in veel dossiers staat.
De papieren werkelijkheid van Den Haag
In Den Haag is jarenlang gerekend, geclassificeerd en geprotocolleerd. Er kwamen modellen, normen en tabellen die moesten bepalen welke huizen in aanmerking kwamen voor versterking en welke niet. Op papier was dat een sluitend systeem, met ruime veiligheidsmarges en zorgvuldig toezicht. In werkelijkheid kregen bewoners in het gaswinningsgebied te maken met rapporten vol missers en aannames.
Het is de klassieke reflex van de bestuurstafel: als het model zegt dat het veilig is, dan zal het wel veilig zijn. Dat bewoners vervolgens in een scheefgezakt huis zitten, is dan een “gevoel”, geen feit. Tot nu. Nu blijkt dat de feiten in de dossiers zelf niet deugen. Dan stort niet alleen het vertrouwen van bewoners in, maar ook de legitimiteit van de hele versterkingsoperatie.
De prijs van institutioneel wantrouwen
Wat deze affaire zo giftig maakt, is dat hij zich stapelt op jaren van teleurstellingen. Groningers die eerst moesten vechten om erkend te krijgen dát hun schade door gaswinning kwam. Daarna jaren wachten op herstel en versterking. En nu horen dat het rapport waarop hun afwijzing of beperkte versterking is gebaseerd, misschien niet klopt.
Institutioneel wantrouwen werkt twee kanten op. De overheid wantrouwde jarenlang de claims van bewoners en bouwde een systeem vol controles, toetsingen en procedures. Bewoners wantrouwen inmiddels elk telefoontje, elke brief en elk bezoek van de versterkingsorganisatie. Met ieder fout rapport dat boven water komt, kruipt de overheid dieper in het rood.
De ereschuld wordt opnieuw uitgesteld
Er wordt vaak gesproken over een “ereschuld” aan Groningen. Maar wie een ereschuld serieus neemt, doet twee dingen. Ten eerste: stoppen met het minimaliseren van risico’s zolang er twijfel is over de veiligheid van woningen. Ten tweede: zorgen dat de beoordeling van die veiligheid tot op het bot klopt en transparant is.
Nu gebeurt het omgekeerde. Terwijl politici in talkshows benadrukken hoe veel geld en aandacht er naar Groningen gaat, blijken de fundamenten van het beleid—de versterkingsrapporten—ondeugdelijk. Zo wordt de ereschuld geen afrekening, maar een doorlopende lening waar de rente voor bewoners alleen maar oploopt: in stress, gezondheidsschade en waardeverlies van hun huis.
Geef de stenen, niet de spreadsheets, het laatste woord
De meest radicale stap die de overheid nu kan zetten, is eigenlijk de meest nuchtere: kijk eerst naar de stenen, dan pas naar de spreadsheet. Ga de wijken in, bezoek de huizen die nu als veilig te boek staan, en laat onafhankelijke experts ter plekke vaststellen hoe het ervoor staat. Rapporteer daar publiek over, in taal die bewoners begrijpen.