Met pensioen op je 60e: hoeveel spaargeld heb je dan nodig?

Economie
zondag, 26 juli 2026 om 15:16
generated-image (1)
Steeds meer Nederlanders spelen met dezelfde gedachte: stoppen met werken op je 60e, in plaats van doorwerken tot de AOW-leeftijd. Dat klinkt aantrekkelijk, maar financieel betekent het vooral dat er een gat ontstaat tussen je laatste werkdag en het moment waarop AOW en meestal ook je gewone pensioen volledig ingaan.
Wie met een gemiddeld budget van 30.000 euro per jaar rekent, komt voor die tussenperiode uit op ongeveer 210.000 euro aan eigen vermogen. Dat bedrag is gebaseerd op zeven jaar overbrugging tussen 60 en 67 jaar, zonder AOW en mogelijk ook zonder direct ingaand werkgeverspensioen.
Waarom 60 jaar financieel lastig is
De AOW-leeftijd ligt momenteel op 67 jaar. Pas vanaf dat moment heb je recht op een AOW-uitkering, terwijl het pensioen via de werkgever vaak ook rond die leeftijd ingaat, tenzij je kiest voor vervroegde uitkering.
Dat betekent dat eerder stoppen met werken niet alleen een keuze voor meer vrije tijd is, maar ook een rekensom. Wie op zijn 60e de arbeidsmarkt verlaat, moet in veel gevallen zeven jaar overbruggen met spaargeld, beleggingen, een lijfrente of een eerder ingaand pensioen.
De eenvoudige rekensom
De basisberekening is vrij simpel: bepaal eerst hoeveel geld je jaarlijks nodig hebt om prettig te leven. In het bronartikel wordt uitgegaan van een gemiddelde jaarlijkse uitgave van 30.000 euro, binnen een bandbreedte van 25.000 tot 35.000 euro voor Nederlandse huishoudens na pensionering.
Reken je met 30.000 euro per jaar en wil je zeven jaar overbruggen, dan kom je uit op:
  • 7 jaar x 30.000 euro = 210.000 euro.
Dat is het bruto richtbedrag voor de overbrugging. In de praktijk kan het lager of hoger uitvallen, afhankelijk van je woonlasten, gezondheid, reisgedrag en de vraag of je in die jaren nog andere inkomsten hebt.
Welke kosten moet je meenemen?
Een realistische pensioenbegroting is meer dan alleen huur of hypotheek. In het artikel worden onder meer woonlasten, boodschappen, verzekeringen, vervoer, gezondheidszorg, hobby's en vakanties genoemd als vaste onderdelen van je jaarlijkse uitgaven.
Juist die posten maken het verschil tussen een krap en een comfortabel prepensioen. Iemand met een afgelost huis en weinig vaste lasten heeft duidelijk minder spaargeld nodig dan iemand met hoge woonkosten of een ruim reisbudget.
Vergeet je pensioenpotjes niet
Voordat je gaat rekenen, is het verstandig om in te loggen op mijnpensioenoverzicht.nl met DigiD. Daar kun je zien hoeveel AOW je later ongeveer ontvangt, welk werkgeverspensioen is opgebouwd en of er nog lijfrentes of andere pensioenpotjes beschikbaar zijn.
Die gegevens zijn belangrijk, omdat niet iedereen volledig afhankelijk is van spaargeld tussen 60 en 67 jaar. Sommige mensen kunnen ervoor kiezen hun werkgeverspensioen eerder te laten ingaan, al leidt dat meestal wel tot een lagere maanduitkering voor de rest van de pensioenperiode.
Een praktisch voorbeeld
Stel: je wilt stoppen op je 60e en je verwacht gemiddeld 30.000 euro per jaar nodig te hebben. Je hebt nog geen AOW en besluit je werkgeverspensioen nog niet eerder te laten uitkeren. Dan moet je zeven jaar volledig zelf financieren, wat neerkomt op ongeveer 210.000 euro spaargeld of vrij beschikbaar vermogen.
Heb je in die periode wel aanvullende inkomsten, bijvoorbeeld uit parttime werk, verhuur of een lijfrente, dan daalt het bedrag dat je zelf hoeft mee te nemen. Het benodigde vermogen is dus altijd persoonlijk, maar 210.000 euro is een bruikbaar referentiepunt voor een gemiddeld uitgavenpatroon.
Waar veel mensen zich op verkijken
De grootste valkuil is dat mensen alleen kijken naar hun spaarsaldo, en niet naar hun werkelijke maandlasten. Eerder stoppen met werken lijkt haalbaar zolang het opgebouwde vermogen groot oogt, maar zonder scherp overzicht van de jaarlijkse kosten is dat bedrag moeilijk te beoordelen.
Daarnaast is inflatie een risico. Een budget van 30.000 euro per jaar klinkt vandaag overzichtelijk, maar bij meerdere jaren prijsstijgingen kan het benodigde vermogen in werkelijkheid hoger uitvallen dan deze eenvoudige rekensom suggereert
Wie op zijn 60e met pensioen wil en rekent met een gemiddeld bestedingsniveau van 30.000 euro per jaar, heeft voor de overbrugging tot zijn 67e ongeveer 210.000 euro nodig. Dat is een helder uitgangspunt, maar geen universeel eindantwoord: de echte berekening begint pas als je je pensioenoverzicht naast je eigen vaste lasten legt.
loading

Loading