Nog altijd taboe: waarom sommige ouders een lievelingskind hebben

Je ene kind leuker vinden dan het andere, het is een van de grootste taboes van het ouderschap. Toch komt het regelmatig voor. Niet iets om je voor te schamen dus, wel iets om voor jezelf te houden. Kinderen ondervinden er vaak schade van als ze het door krijgen.

Lievelingskind
Karla Van Leeuwen, professor gezinspedagogiek aan de KU Leuven, legt in het Vlaamse opinieblad Knack uit: “In de wetenschappelijke literatuur hebben we het over ‘differentieel opvoeden’: ouders behandelen hun kinderen soms op een andere manier en dat kan door de kinderen als oneerlijk of onrechtvaardig worden gezien. Veel heeft dus met perceptie te maken. Daarom is het moeilijk om exacte cijfers te geven over hoeveel ouders een lievelingskind hebben. In ons onderzoek bij Vlaamse gezinnen hebben we gepeild naar uitingen van zogenaamd favoritisme. We vroegen aan ouders met minstens twee kinderen tussen 8 en 13 jaar of ze beter met één kind overeenkwamen, en ongeveer 13 procent gaf dat toe. Ongeveer 5 procent van de ouders zei dat ze zich hechter voelden met een van hun kinderen.”

Dezelfde hobby’s
Bijna een vijfde durft dus toe te geven een voorkeur te hebben. Er zal ook nog een groep zijn die dat zelfs anoniem in een enquête niet wil zeggen of die zich er niet bewust van is. De redenen om een lievelingskind te hebben, zijn talrijk, weet Van Leeuwen. “De leeftijd of geboortevolgorde kunnen meespelen. Sommige ouders besteden meer aandacht aan hun jongste kind, of voelen meer verbinding met hun oudste. Ook het geslacht kan een rol spelen. Er zijn mensen die altijd al droomden van een zoon of een dochter en dat kind in kwestie later ook meer privileges – of minder straf – geven. Maar vaak heeft het ook met soortgelijke karakters of interesses te maken. Als je zelf voetbalt, is het verleidelijk om vol overgave te supporteren voor je voetballende oogappel, terwijl je soms wat te weinig aandacht hebt voor je minder sportieve kind. En een dochter die net als haar vader actief is en openstaat voor nieuwe ervaringen, krijgt misschien wat meer aandacht dan haar broer die sneller huilt en zeurt.”

Negatieve gevolgen
Van Leeuwen vroeg ook kinderen zelf of ze het gevoel hebben dat hun ouders een voorkeur hadden. Tien procent zegt van wel. “Uit studies blijkt dat die gevoelens best negatief kunnen uitdraaien. Zo kan jaloezie en rivaliteit tussen de kinderen onderling ontstaan, of kunnen kinderen die zich benadeeld voelen een minder positief zelfbeeld krijgen. Al hoeft het niet altijd zo te gaan. Soms vinden kinderen de ongelijke behandeling wél eerlijk of rechtvaardig. Stel dat hun broer of zus ernstig ziek is, of een uitgesproken talent heeft, dan is er meestal wel begrip. Omgekeerd zien we trouwens ook onverwachte effecten: de favoriete kinderen zijn niet altijd blij met hun rol. Soms voelen ze zich schuldig ten opzichte van hun broers of zussen, of krijgen ze bijvoorbeeld het gevoel dat ze extra moeten presteren om hun favorietenrol zeker te behouden.”

Voel je dus een voorkeur voor een van je kinderen laat dat dan nooit merken. Niemand heeft er baat bij. Sterker nog, probeer het op te lossen. Trek er eens wat vaker met dat ene kind op uit. Wie weet, blijkt de klik toch groter te zijn dan je dacht.

Bron(nen):   Knack