Postuum interview: Marc de Hond

Na zijn dood wilde Marc de Hond nog één keer aan het woord komen. Op zijn eigen verzoek sprak hij, twee weken voor zijn overlijden, met De Volkskrant. Die moesten dat verhaal dan plaatsen als hij dood was.

Het gaat over kracht bij tegenslag, waar De Hond over kan meepraten, over afscheid van zijn vader en de dood. Fragmenten:

Tegenslag

“Ik geloof dat het omgaan met tegenslag een soort spier is die je kunt trainen. Mijn moeder overleed toen zij 30 jaar was. Op de een of andere manier heb ik altijd gedacht dat mij ook jong iets zou gebeuren. Toen ik die dwarslaesie kreeg, dacht ik dat dat ‘m wel was. Dat mij daarna niets meer zou kunnen overkomen. ‘Buut vrij, ik heb al iets!’ Maar dat bleek een beetje naïef.”

Afscheidsbrief

“Mijn vader en ik hebben onlangs een afscheidsbrief aan elkaar geschreven, die we aan mijn bed hebben voorgelezen. Dat was in het begin van de coronatijd; hij zat op drie meter afstand, bij het openstaande slaapkamerraam. Hij hield een pleidooi om nog niet op te geven. Mijn moeder had haar leven daarmee ook weten te rekken. Waardoor ze uiteindelijk mijn 3de verjaardag op 21 september nog heeft gehaald.’En kort daarna stierf ze, op 8 oktober, de verjaardag van je vader.

‘Ik denk dat hij vooral wil dat ik die doelen stel, omdat hij er zelf nog niet aan toe is om te accepteren dat ik doodga. Maar ik wil er geen wedstrijd van maken. Het gaat voor mij om de kwaliteit, niet om de kwantiteit.”

Vader

“‘In zijn afscheidsbrief aan mij schreef mijn vader dat hij het gevoel had dat hij tekort was geschoten, omdat hij zo vaak aan het werk was. Maar dat heb ik als kind niet zo ervaren. Op de momenten dat hij wél bij ons was, was hij er ook echt, met volle aandacht. Hij heeft het ontzettend moeilijk met het idee dat ik doodga. En wat hij ook moeilijk vindt, is dat Remona en ik al veel verder zijn. Dat alles voor mijn afscheidsceremonie al is geregeld, dat er al een nieuw huis voor Remona en zijn kleinkinderen is. Daar is hij allemaal nog niet aan toe.”

Boodschap voor anderen

“Als er iets naars gebeurt, moet je niet wachten tot zo’n rotperiode voorbij is omdat pas daarná het leven weer leuk wordt. Je moet proberen om je leven ook leuk te maken tíjdens die zwarte periode. Daarom heb ik Remona tijdens mijn eerste chemokuur ten huwelijk gevraagd, zijn we steeds als ik me even goed voelde in eigen land op vakantie gegaan, hebben we de bruiloft groots gevierd en heb ik een feestelijk afscheidsetentje voor mijn blaas georganiseerd. Als je zelf de lichtjes in de tunnel ophangt, verdrijf je het duistere gevoel en is er alsnog licht.”

Wat stel je je voor bij de dood?

“Niks. Het afscheid lijkt me verschrikkelijk, maar daarna is het voor mij klaar. Tot die tijd wil ik sterk zijn, zoals mamma Jasmin dat voor haar dood ook schijnt te zijn geweest. Daarmee maak je het voor de nabestaanden makkelijker. Ik ben blij dat ik dat heb kunnen opbrengen.”

Bron(nen):   De Volkskrant (€)