Zomerhuisje te koop

The Hamptons is de plek waar rijke mensen uit Manhattan graag naar toe gaan, liefst voor de weekends. Lekker aan zee, niet ver rijden en mooie huizen. 
De New York Times vertelt de recente geschiedenis van een van die tweede huisjes, nu voor de vierde keer te koop in acht jaar tijd. In 2001 werd het verkocht voor 460.000 dollar. Twee jaar later ging het van de hand voor 850.000. In 2006, na een verbouwing, bracht het 1.65 miljoen op. De mensen die er toen woonden hadden verderop wat aardigs gevonden, dichterbij zee en voor vier miljoen. Daarna ging het nog een keer in de verkoop voor 2.2 miljoen dollar. 
Achteraf gezien was 2007 het jaar dat de prijzen in de Hamptons idioot hoog waren. Een huisje kostte gemiddeld twee miljoen, maar er stonden ook optrekjes – met eigen grond tot aan de oceaan – die meer dan honderd miljoen kostten. Natuurlijk had iemand wel eens gezegd dat het niet lang meer goed zou gaan, maar het merendeel van de Wallstreet-elite die hier was neergestreken, maakte zich weinig zorgen. 
Totdat in de kranten de woorden Bear Stearns, Fannie en Freddie, Lehman en Madoff opdoken. En dagelijks terugkeerden. Toen was het feestje in de Hamptons voorbij en kelderden de prijzen. Op de ene plek met een kwart, verderop met 39 procent en in Montauk zelfs met 47 procent. De New York Times vertelt het verhaal van een zorgeloze kaste die opeens diep in de zorgen kwam te zitten. 
Velen hebben nu hun huisje te koop staan. Waarschijnlijk voor lange tijd. Want, zo zegt een makelaar, de markt is hier morsdood.

Bron(nen):   The New York Times