Waarom het wél nut heeft om de horeca te sluiten

Het zal menig liefhebber aan het hart gaan: voorlopig geen hapje eten meer buiten de deur, geen borreltje in het café of lekker lunchen in je favoriete tentje. Voor de horeca zelf zijn de nieuwe coronamaatregelen nog veel pijnlijker. De sector heeft enorme inspanningen geleverd én er zijn maar weinig besmettingen dus waarom moeten cafés en restaurants dan toch sluiten?

  1. De cijfers zijn mogelijk geflatteerd
    Zover de GGD kan achterhalen is maar een paar procent van de besmettingen afkomstig uit de horeca, maar de vraag is of dat wel klopt. Van de horeca-medewerkers zelf testte 5 procent positief, verreweg het hoogste aantal van alle beroepsgroepen. Onderzoek uit de VS wees bovendien uit dat positief geteste mensen gemiddeld twee keer zo vaak in de periode daarvoor in een horecagelegenheid waren geweest dan negatief geteste mensen.
  2. De clusters zijn groot
    Als er een uitbraak is in een horecagelegenheid dan leidt dat direct tot veel besmettingen. Het grootste cluster dijde uiteindelijk uit tot liefst 342 coronagevallen, stelt de GGD. Enkele tientallen besmettingen tegelijkertijd in een café zijn niet ongewoon. Een enkele superverspreider kan de hele tent besmetten.
  3. De horeca brengt mensen op de been
    Vanuit de wijde omgeving komen mensen bij elkaar in een café of restaurant. De besmettingen zijn daardoor soms moeilijk te herleiden. De horeca zorgt ervoor dat grote groepen mensen bij elkaar komen en dat is iets wat je simpelweg niet moet willen. Niet voor niets verspreidde het virus zich eerder vooral onder jongeren.

Bron(nen):   De Volkskrant