Is God een hersenactiviteit?

Wetenschappers brengen de hersengebieden in kaart die bij bidden en meditatie een rol spelen. Is God slechts een product van onze hersenactiviteit? Of laten hersenscans zien waar God contact legt met de mens? Het opkomende vakgebied van neurotheologie toont  aan dat de behoefte aan ‘het hogere’ deels in de menselijke genen en hersenen verankerd ligt. De mate van de behoefte aan religiositeit is bijvoorbeeld deels erfelijk bepaald. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek over tweelingen met verschillende opvoeding, gepubliceerd in Twin Research. En als u daar niets van gelooft: ook erfelijk bepaald.
God, geloven en relgieuse beleving blijken dus aantoonbare activiteiten van de hersenen. Toont dat aan dat god bestaat? Of juist niet?

‘God’ blijkt makkelijker meetbaar dan gedacht. Los van de culturele achtergrond rapporteren religieuze topsporters als monniken namelijk dezelfde gevoelens tijdens piekervaringen: het ‘wegvallen van tijd en ruimte’ en ‘gevoelens van acceptatie’. Die subjectieve omschrijvingen zijn gewoon op de computer af te beelden als hersenactiviteit met technieken als MRI (magnetische resonantiebeeldvorming, een soort hersenscan) en EEG (elektro-encefalografie, een registratie van de elektrische activiteit in de hersenen).

De neurowetenschapper Andrew Newberg van de Universiteit van Pennsylvania kon bijvoorbeeld religieuze piekervaringen vastleggen van karmelitische nonnen en boeddhistische monniken met fMRI-hersenscans. Tijdens de piekervaring blijken bij de boeddhist en de katholieke non dezelfde hersengebieden aan of juist uit te staan. Ook de extatische ervaringen van pinkstergemeentebezoekers bracht Newberg recent via hersenscans in beeld. Niet alleen de religieuze behoefte ligt dus deels verankerd. Ook voor de religieuze ervaring zijn in de hersenen gebieden gereserveerd, die tijdens de ervaring aan of juist uit staan.

Bron(nen):   De Standaard (Belgie)