Klassejustitie aan de Côte d’Azur

Het stelen van dure boten is een geliefde bezigheid aan de Franse zuidkust. Of misschien moet Welingelichte Kringen het precieser zeggen: aan de Côte d’Azur wordt alles gestolen wat los en vast zit, en die dure boten zitten meestal niet erg vast. Eenmaal in het bezit van andermans boot, is de overtocht naar Noord-Afrika snel gemaakt en kan de buit vervolgens van de hand worden gedaan.
Afgelopen woensdag stonden acht Tunesiërs voor de rechter in Ajaccio (Corsica) en werden veroordeeld voor diefstal van een drietal kostbare jachten; de straffen varieerden van zes maanden tot twee jaar cel.
Twee andere handlangers, Moez en Imed Trabelsi, zijn niet veroordeeld. Vermoedelijke reden: het zijn beiden neven van de Tunesische president Ben Ali.
De boten waren gestolen in de havens van de badplaatsen Lavandou, Cannes en Bonifacio, en uiteindelijk teruggevonden in de buurt van Tunis. Een speurneus van de verzekeringsmaatschapij van een van de schepen had de achtervolging ingezet en ontdekt wie de nieuwe eigenaar (lees: de opdrachtgever van de diefstal) was: neef Trabelsi.
De Franse officier van justitie wilde daarna tot vervolging overgaan, maar dat was natuurlijk een beetje lastig – voor je het weet kwam de goede naam van de president van Tunesië in gevaar – een man van onbesproken gedrag.
Gelukkig bood enige vindingrijkheid uitkomst. De Trabelsi’s zullen nu worden berecht in eigen land, de andere dieven kwamen voor de rechter van Ajaccio en verdwijnen achter de Franse tralies.
Le Monde verwacht dat de twee neven van de president in vol vertrouwen hun rechtszaak in eigen land afwachten. Zonder dat de diplomatieke verhoudingen tussen Frankrijk en Tunesië zijn vertroebeld.



Bron(nen):   Le Monde