Hoe meer Amerikanen, hoe meer vreugde

Te midden van alle somberheid over het verval van Amerika, is het opbeurend als er toch weer auteurs opstaan die uitleggen dat Amerika de toekomst heeft. Joel Kotkin is zo iemand. Zijn voornaamste argument: de stormachtige groei van de Amerikaanse bevolking.
In zijn boek ‘The Next Hundred Million’ legt hij uit dat Amerika nog steeds een vitale en dynamische samenleving is door de komst van immigranten en door een bevolkingsopbouw die gunstig afsteekt bij die van andere werelddelen. Europa vergrijst in rap tempo en stagneert zoals Japan dat al twintig jaar doet. China, dat nu een enorme economische ontwikkeling doormaakt, gaat eveneens Japan achterna. Het zal niet lang meer duren voordat de éénkindpolitiek zal leiden tot een sterke vergrijzing van de Chinese bevolking en dan is het met de hoge groeicijfers gedaan. 
Daarentegen zal de Amerikaanse bevolking tussen 2000 en 2050 met nog eens honderd miljoen toenemen, als gevolg van immigratie en een sterke geboortegolf onder Aziaten, Hispanics en mensen van gemengde komaf. 
Kotkin is over dat gemengde palet opmerkelijk optimistisch. Hij voorspelt dat die groei vooral in suburbia zal plaatsvinden, nog altijd veruit de beste plek waar gezinnen met jonge kinderen kunnen opgroeien. En ruimte heeft Amerika ook al genoeg. Een land als Duitsland, waar de bevolking sterk krimpt, is dan nog altijd zes keer zo dicht bevolkt als de VS. 
Wie denkt dat het alleen maar zonneschijn is bij Kotkin, vergist zich. Hij denkt dat het moeilijker wordt om op der sociale ladder te stijgen, vroeger de grote kracht in de Amerikaanse mythe waarbij een krantenjongen miljonair kon worden, en de kenniseconomie zal de klassentegenstellingen (een on-Amerikaans begrip) vergroten. Wat bovendien doorgaat is de afbraak van het gezinsleven van de Amerikaanse onderklasse. 
Een vraag die Kotkin niet stelt is hoe lang de vergrijzing kan doorgaan. Als alle oudjes in Japan en Europa het loodje hebben gelegd en geen last meer zijn voor de economie, ziet het er daar ineens weer een stuk gezonder uit.

Bron(nen):   The Wall Street Journal