De fascinatie met het Kwaad

De kunstgeschiedenis zegt soms ook iets over onze eigen tijd. In de Frankfurter Allgemeine staat een beschouwing over de Italiaanse schilder Caravaggio (1571-1610), die de ‘eerste moderne’ is genoemd en voor wie tegenwoordig meer belangstelling bestaat dan voor de eeuwige grootheid Michelangelo. In de jaren tachtig zijn er films over zijn leven gemaakt en er zijn steeds meer artikelen over zijn werk verschenen. Philip Sohm, kunsthistoricus aan de universiteit van Toronto, vraagt zich af hoe dat komt. Hij zoekt de oorzaak in onze huidige fascinatie voor het Kwaad, terwijl honderd jaar geleden het idee bestond dat je om goede kunst te maken ook een goed mens moest zijn. In de twintigste eeuw zijn we bijna het omgekeede gaan denken.
Caravaggio, wiens vierhonderdste sterfjaar dit jaar wordt herdacht, was een heethoofd, met een schandaalrijk leven die steeds weer in aanraking kwam met justitie. In 1606 doodde hij zelfs een rivaal vanwege een vrouwengeschiedenis en moest hij uit Rome vluchten. Vier jaar later stierf hij berooid op het strand bij Porto Ercole. Omdat hij geen aantekeningen of schetsen naliet, leent Caravaggio zich perfect voor kunsthistorici die hun eigen fantasievoorstellingen op hem kunnen projecteren. De schilder is ‘een creatieve psychopaat’ genoemd, en een revolutionair die op gewelddadige manier de bestaande rechtsorde uitdaagde en gevestigde opvattingen doorbrak. De kunsthistoricus Sohm spreekt van een soort ‘Ché Guevara voor academici’ en zijn aantrekkingskracht bestaat mede door de fascinatie voor het Kwaad waardoor de laatste honderd jaar wordt gekenmerkt.
Als deze theorie klopt, belooft dat niet veel goeds voor de toekomst, want de belangstelling voor Caravaggio is nog steeds groeiende. En wie drie jaar geleden ook de tentoonstelling ´Caravaggio en Rembrandt´ heeft bezocht, moet toegeven dat de Italiaan zijn latere tijdgenoot en boegbeeld van de Hollandse schilderkunst in artistieke opzichten voor was. Bovendien is wel duidelijk dat je voor een deugdzaam leven je inspiratie niet bij hedendaagse kunstenaars moet zoeken, al is de neiging tot zelfdestructie van de afgelopen eeuw misschien over het hoogtepunt heen sinds ook de mindere goden en pseudokunstenaars zichzelf te gronde richten.

Bron(nen):   Frankfurter Allgemeine Zeitung