Internet vergroot de ongelijkheid tussen laag- en hoogopgeleiden

Ooit was het heersende idee dat internet de gelijkheid tussen mensen zou bevorderen. Het internet was immers voor iedereen hetzelfde en informatie was vrijwel gratis en onbeperkt beschikbaar. “Dat is een naïeve gedachte gebleken”, zegt Jan van Dijk, hoogleraar communicatiewetenschap en sociologie van de informatiesamenleving aan de Universiteit Twente in het Financieele Dagblad.

“We hebben dat idee de afgelopen vijftien jaar onderzocht en elk jaar komen we tot dezelfde conclusie.” De ongelijkheid tussen mensen, die ontstaat door verschillen in inkomen, opleiding en positie op de arbeidsmarkt, wordt alleen maar sterker door de huidige technologie.

Dat zit hem met name in het verschillend gebruik van internet: hoogopgeleiden gebruiken het om achtergronden bij het nieuws te zoeken, cursussen te volgen of zich anderszins te informeren, waar laagopgeleiden het web vooral voor entertainment en sociale contacten gebruiken.

“Daar is niets op tegen”, vindt Van Dijk. Maar het maakt wel dat hoger opgeleiden makkelijker carrière kunnen maken, slimmere aankopen doen en sneller bijleren. Wie goed de weg weet op internet, staat vooraan in de maatschappij. Van Dijk spreekt over de informatie- en strategische vaardigheden van mensen.

Volgens de hoogleraar zijn er maar weinig mensen die goed kunnen googelen. Daar heb je informatievaardigheden voor nodig. Daarnaast moet je strategische vaardigheden kunnen inzetten om te bepalen bij welke aanbieder je bijvoorbeeld het beste een vakantie kunt boeken.

Wie geen informatie- en strategische vaardigheden heeft en die ook niet ontwikkelt, raakt steeds verder achterop bij de mensen die dat wel in overvloed hebben, concludeert het FD.

Bron(nen):   FD