Doen alsof voorwerpen mensen zijn, maakt ons leven makkelijker

‘Hij heeft er geen zin meer in’, zeg ik over mijn computer. Of ‘Annie zei dat ik die afrit moest nemen’, als ik mijn GPS bedoel. Een ‘antropomorfisme’ heet dat. Soms wordt dat als kinderachtig gezien, maar uit onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen blijkt dat ik mezelf daarmee een groot plezier doe. ‘Zodra we dat doen, reageren onze hersenen net zo op die objecten als op mensen en dat verbetert de interactie’, zegt onderzoekster Barbara Müller.

Als we samenwerken met andere mensen maken we van hun handelingen een voorstelling in onze hersenen – als de ander zijn hand uitstrekt, wordt in jouw hersenen ook het bewegingsgebied actief. In gedachten volg je de beweging. ‘Co-representeren’ dat in vakjargon. En dat vergemakkelijkt de afstemming van mijn gedrag op de handelingen van de ander.

Müller was benieuwd hoe dit met voorwerpen werkt. Ze liet mensen een computertaak doen met Pinocchio. Wie eerst gekeken had naar een filmpje van de houten pop en had gezien dat hij zich menselijk gedroeg, maakte later co-representaties van zijn handelingen. Het gevolg is dat mensen zich meer op hun gemak voelen met een object dat ze als menselijk beschouwen. Het helpt als een object er menselijk uitziet, maar ook een verhaal kan helpen om spullen te vermenselijken.

Deze kennis kan toegepast worden om de acceptatie van robots in de zorg te vergroten. Een menselijk gezicht krijgen ze al vaak, maar het helpt ook om ze met een persoonlijk verhaal en eigenschappen te introduceren. ‘Het is fascinerend om te zien hoe snel we met onze fantasie dingen levend maken. Volwassenen moeten daar een beetje bij geholpen worden, bv. door het voorwerp eerst te zien bewegen. Kinderen lijken dat niet nodig te hebben, zij kunnen een dierentuin fantaseren met een paar stenen’, aldus de promovenda.

 

Bron(nen):   Radboud Universiteit