De 10 meest opvallende resultaten van psychologische studies in 2010

Het eind van het jaar: tijd voor een terugblik. Psychology Today maakte een selectie van opvallende resultaten van psychologisch onderzoek in 2010.

  1. Onze gedachten dwalen ongeveer de helft van de tijd af
    Een Amerikaans onderzoek toonde aan dat mensen 47% van de tijd dagdromen. Het onderzoek wees ook uit dat je er niet gelukkiger van wordt. Uit ander onderzoek waarover WIK berichtte bleek dat dagdromen wel nuttig kan zijn om het creatieve denkproces op gang te brengen.
  2. Tijdens onderhandelingen zit je beter op een harde stoel
    Volgens de theorie van de ‘belichaamde cognitie’ zijn lichamelijke waarnemingen van invloed op ons denken. In 6 experimenten werd de invloed van de hardheid, het gewicht, de vorm en het oppervlak van objecten op het nemen van beslissingen getoetst. Zo bleek o.a. dat je vasthoudender bent in onderhandelingen als je op een harde stoel zit. En dat je eerste date beter verloopt als je je omringt met gladde i.p.v. met ruwe voorwerpen.
  3. Angstzweet doet je risico’s nemen
    Onderzoekers verzamelden het zweet van mensen die net een survivaloefening hadden gedaan en lieten dat ruiken aan mensen die gingen gokken. Een andere groep kreeg het zweet van mensen die fietsten op een hometrainer onder de neus. Gokkers die survivalzweet hadden geroken deden er langer over om een beslissing te nemen, maar namen uiteindelijk wel meer risico’s bij het gokken.
  4.  Indruk willen maken beïnvloedt je waarneming
    Als je iemand voor het eerst ontmoet en je wil een bepaalde indruk maken, dan beïnvloedt dat de manier waarop je de ander ziet. Dat bleek uit een experiment waarbij mensen gevraagd werd om zich introvert, extravert, slim of vrolijk voor te doen in een gesprek met iemand anders. Ze vonden dat hun gesprekspartner de persoonlijkheidseigenschap die zij tot uitdrukking moesten brengen minder had dan zijzelf.
  5. We zijn gelukkiger als we bezig zijn, maar we zijn te lui
    De deelnemers aan een onderzoek kregen een beloning om een volledig ingevulde vragenlijst naar een plek te brengen waarvoor ze 15 minuten moesten lopen, maar ze konden de lijst ook meteen inleveren en 15 minuten wachten. De meerderheid (68%) koos voor onmiddellijk inleveren en wachten, maar achteraf voelden de mensen die gingen lopen zich gelukkiger dan de ‘luilakken’.
  6. De rijken zijn echt anders
    Onderzoekers lieten mensen met een lage en een hoge sociaal-economische status (SES) emoties afleiden van gelaatsuitdrukkingen. Mensen met een lage SES zijn daar significant beter in. Dit is in overeenstemming met een studie waarover WIK al eerder berichtte: de rijken zijn gemener!
  7. Religies maken mensen gelukkiger
  8. In het algemeen zijn aanhangers van een religie een beetje gelukkiger dan mensen zonder religie, maar de oorzaak lijkt niet te liggen in het geloof. Het gaat er waarschijnlijk om dat religies zorgen voor georganiseerde sociale netwerken, die het gevoel van verbondenheid tussen mensen versterken.

  9. Knappe mensen worden beter begrepen
    Het oordeel dat we ons vormen over aantrekkelijke mensen blijkt meer in overeenkomst te zijn met hun ‘ware’ aard. En als er al fouten gemaakt worden, dan valt het oordeel meestal in het voordeel van de knapperds uit.
  10. Een krachtige houding geeft je een biochemische boost
    Eenzelfde boodschap komt anders over als je hem brengt met een zelfverzekerde lichaamshouding en krachtige stem dan met een gebogen hoofd en een zachte stem. Maar heeft dit soort houdingen ook een biologische invloed? Verhogen ze het niveau van testosteron en verlagen ze het niveau van cortisol (het stresshormoon)? Met andere woorden: geeft een stevige houding je een biochemische boost waardoor je beter tegen de situatie opgewassen bent? Volgens deze studie wel.
  11. Wie alles uitstelt, moet een pauze inlassen
    Mensen die vaak dingen uitstellen, zijn ook eerder geneigd om (te) streng te zijn voor zichzelf. Wie dat patroon wil doorbreken, kan zich maar beter focussen op milder zijn voor zichzelf. Jezelf een pauze gunnen blijkt effectiever te zijn dan zelfbestraffing. Waarschijnlijk richt je je dan minder op wat je tot nu toe allemaal fout gedaan hebt en heb je meer energie over om te besteden aan dat wat je nog te doen staat.
Bron(nen):   Psychology Today