Professor Greenfield over de gevaren van de digitale mens

Aanstaande donderdag is neurowetenschapper Susan Greenfield een van de sprekers op de GGZ Kennisdag Lichaam & Geest. In een interview met de Volkskrant (helaas met betaalde toegang) spreekt ze over de negatieve invloed die een hoog-technologische samenleving op onze hersenen kan hebben: ‘Een wereld waarin mensen steeds meer digitaal communiceren in plaats van face to face.’

‘Ik denk dat het gevaar bestaat dat het brein van mensen die veel achter beeldschermen werken, zich daaraan aanpast. Lichaamstaal en oogcontact maken ongeveer 50 procent van de communicatie met iemand uit, en de stem nog eens 30 procent (…). Al deze input mis je als je je vrienden ontmoet op Facebook. Je oefent het niet (…). Onze maatschappij zou onder invloed van de beeldschermcultuur weleens minder empathisch kunnen worden, en bepaalde trends kunnen daar een aanwijzing voor zijn.’ Greenfield noemt als voorbeeld ‘happy slapping’, waarbij mensen op YouTube filmpjes zetten van mensen die ze in elkaar hebben geslagen. ‘Mijn zorg is (…) dat ze niet begrijpen hoe het voelt als je iemand fysiek of metnaal pijn doet. Het is fun, net zoals een game.’

Greenfield weet waarover ze praat. Ze is een gerenommeerd hersenwetenschapper, hoogleraar in de farmacologie te Oxford, in het bezit van een dertigtal eredoctoraten en schrijfster van verschillende boeken waarmee ze een brug weet te slaan tussen wetenschap en het grote publiek. Daarnaast heeft ze zitting in het Britse House of Lords en werd ze in 2001 geadeld zodat ze zich barones mag noemen.

‘Technologie op zichzelf is niet goed of slecht. het hangt er vanaf wat je ermee doet. (…) We kunnen niet bewijzen dat de manier van denken van een hele generatie verandert, maar verschillende experimenten laten wel zien dát er veranderingen plaatsvinden. Binnen de beperkingen die wetenschappelijke kortetermijnexperimenten met volwassenen hebben, is bewijs gevonden dat concentratiegebrek, geweld en verslaving onder invloed van beeldschermtechnologie toenemen.’

Bron(nen):   Volkskrant  Lichaam en Geest  Vrij Nederland 2008