Antisociale jongens hebben hersenafwijkingen

Antisociaal gedrag bij tieners kan worden verklaard door een groeiachterstand in bepaalde hersengebieden, met name die te maken hebben met emoties, zoals angst en het voelen van de pijn van een ander. Dat blijkt uit een onderzoek van de Cambridge University, waarbij 63 jongens met een gedragsstoornis werden onderzocht.

Een gedragsstoornis wordt gekenmerkt door agressie, onaangepast gedrag en anti-sociale kenmerken, zoals liegen, stelen, geen berouw tonen, … Kinderen met een gedragsstoornis hebben meer kans om een antisociale persoonlijkheidsstoornis te ontwikkelen, maar ook om verslaafd te raken of crimineel te worden.

De jongens in dit onderzoek waren gemiddeld 18 jaar oud. Sommige jongens hadden al op jonge leeftijd gedragsproblemen. Bij anderen begonnen de problemen in de pubertijd. Ze werden vergeleken met een groep van 27 ‘normale’ leeftijdsgenoten met eenzelfde achtergond.

Hersenscans toonden aan 2 gebieden in de hersenen significant kleiner waren bij jongens met een gedragsstoornis, ook als die pas optrad tijdens de pubertijd. Dit waren de amygdala en de insula, die van belang zijn voor het waarnemen van emoties, empathie en het vermogen om de pijn en de nood van anderen op te pikken.

Dat zou betekenen dat antisociaal en afwijkend gedrag een biologische basis heeft en dit opent nieuwe perspectieven voor behandeling. Professor Ian Goodyer, één van de onderzoekers, benadrukt echter dat hiermee niet bewezen is dat de afwijkingen de oorzaak zijn van het antisociale gedrag. Gezins- en omgevingsfactoren kunnen nog steeds een rol spelen.

Bron(nen):   The Independent