Dit is volgens een Stanford-professor een goed middel tegen depressies

Gamen is tijdverspilling vinden veel mensen, die zelf overigens vaak avonden lang tv kijken of doelloos rondjes rennen door het park. Professor Jane McGonigal van de prestigieuze universiteit van Harvard is het daar dan ook niet mee eens. Zij ziet het zelfs als een perfect middel tegen depressies.

“Ongeveer 2,6 miljard mensen gamen minstens één uur per dag”, begint Jane McGonigal op het gamingcongres SuperNova in Antwerpen. En dat vindt ze positief. Ze noemt dan ook een veelvoorkomende misvatting. “Het tegenovergestelde van spelen is niet werken, maar depressie,” zegt ze. “Als je een spel speelt, voel je je optimistisch. Je kunt het blijven proberen en na een tijd proberen, wordt je een stuk beter. Daardoor komen er veel positieve emoties vrij, namelijk nieuwsgierigheid, verrassing, geluk, opwinding en trots. Bovendien is het gemakkelijker om met je medespelers een band te hebben. Je hebt een betekenisvolle connectie omdat je dezelfde regels moet volgen.”

“We hebben gezien wat er met je brein gebeurt tijdens het gamen”, gaat McGonigal verder. “Op neurologisch niveau doen videogames met ons exact het omgekeerde van wat een depressie doet. We worden gewoon meer tevreden over ons leven. Zo krijgt de caudate thalamus, het motivatiecentrum van je hersenen, een boost. Je krijgt het gevoel dat er iets goed te gebeuren staat. Je zal iets krijgen wat je wil. De reden voor die boost is dat je, steeds wanneer er iets in het spel gebeurt, het gevoel krijgt dat je misschien zou kunnen winnen. Dat gevoel krijg je tijdens het gamen gemiddeld 80 keer per minuut. Ons brein zegt tegen ons ‘geef niet op, blijf proberen’.”

“Ook onze hippocampus wordt geactiveerd telkens als we een move maken bij het gamen. De hippocampus is verantwoordelijk voor leren en het beter verwerken van informatie. Elke keer als je een beslissing neemt, krijgt je hippocampus een boost. Je wil je skills in het spel de hele tijd vergroten.” Ze concludeert: “Van gamen worden we super machtige, hoopvolle individuen.” McConigal eindigt met een citaat van Albert Einstein: “Spelletjes zijn de meest geavanceerde vorm van onderzoek.”

Bron(nen):   Newsmonkey