“Een van de grootste mysteries van de Mediterrane archeologie is ontrafeld”

Het was lange tijd een groot raadsel hoe de machtige beschavingen van de late bronstijd plotseling konden instorten. Een 3.200 jaar oude stenen plaat biedt uitsluitsel.

Op het kalkstenen tablet, dat is gevonden in Turkije, staat de langste hiërogliefen inscriptie die we kennen uit de tijd van onder meer de Feniciërs en de oude Egyptenaren. Slechts twintig mensen op de hele wereld begrijpen de oude taal, het hiëroglyfisch Luwisch.

De eerste vertaling van de plaat biedt een verklaring voor de instorting van de machtige rijken uit de periode van 1.600 tot 1.200 voor Christus. De tekst vertelt hoe een grote vloot uit het westen van klein-Azië (nu grotendeels Turkije) de kuststeden in het oosten van het Middellandse Zeegebied binnenviel. Volgens de inscriptie waren het plunderende zeevarende volkeren. Historici zijn ervan overtuigd dat zij een rol hebben gespeeld bij de ondergang van de opkomende beschavingen uit die tijd.

De onderzoekers denken dat Kupanta-Kurunta, destijds koning van Mira, in 1190 voor Christus de opdracht heeft gegeven voor de tekst. Daarin wordt gesuggereerd dat een aantal Anatolische staten het oude Egypte en andere oostelijk gelegen Mediterrane gebieden is binnengevallen voor en tijdens het einde van de Bronstijd.

De plotselinge en ongecontroleerde ineenstorting van de dominante beschavingen rond 1.200 voor Christus werd al eerder deels toegeschreven aan de impact van aanvallen vanaf zee. Maar de identiteit en oorsprong van de aanvallers, die door moderne wetenschappers de Trojaanse zeevolkeren werden genoemd, bleven eeuwenlang een raadsel. “Een van de grootste mysteries van de Mediterrane archeologie is waarschijnlijk opgelost,” aldus de onderzoekers.

luwian-script.jpg

Luwian Studies Foundation

 

Bron(nen):   The Independent