Gerard Spong op het randje van de dood door corona: “25 procent kans om te overleven”

Strafpleiter Gerard Spong (76) is weer helemaal terug na een zeer ernstige coronabesmetting. Zijn directe omgeving noemt het 'een wonder'. Hij werd ziek in maart van dit jaar en moest in het ziekenhuis worden opgenomen. Wonder boven wonder herstelde hij weer volledig van de virusinfectie.

Toen Spong ernstig ziek in het ziekenhuis lag, stond de rechtszaak tegen voetballer Quincy Promes (steekpartij, poging tot moord) op rol. Deze werd uitgesteld wegens 'ziekte van de advocaat'. Dat het zo ernstig met de advocaat gesteld was, wisten maar weinig mensen.

Er leek volgens de topadvocaat eerst nog niet zoveel aan de hand, legt hij uit aan het AD: “Mijn omgeving merkte dat ik ziek werd. Toen had ik het zelf nog niet eens zo in de gaten. Ik had geen trek en lag de halve dag op de bank. Ik kon zelfs niet meer goed uit mijn woorden komen, ik gaf geen goede antwoorden.”

Kasplantje
Hij ging pas laat naar de huisarts, die hem meteen naar het ziekenhuis stuurde. “Ik lag eerst op de verpleegafdeling, maar ging al snel naar de intensive care. Het zuurstofgehalte in mijn bloed was slecht. Ademhalen ging moeizaam. Ik had 25 procent kans om te overleven. Voordat ik in coma werd gebracht en werd geïntubeerd, kreeg ik een gesprek met een arts die mij vroeg tot hoever ik vond dat ze mochten gaan met de behandeling. Want de kans bestaat natuurlijk dat je daarna als kasplantje in een verpleeghuis eindigt. Maar ik heb toch vrij snel geantwoord: ‘Dokter, ga tot het uiterste.’ Ja, het risico op een verpleeghuis nam ik dan maar.’’

Spongs situatie was zo ernstig doordat hij ook een stafylokokkeninfectie bleek te hebben. Ook had hij weinig antistoffen aangemaakt, hoewel hij gevaccineerd was. Dat kwam door andere medicijnen die hij nam. “Ik heb op het randje van de dood gelegen. Na elf dagen mocht ik naar de verpleegafdeling, voor nog een paar weken.”

Geen talkshows meer
Inmiddels is de strafpleiter weer aan het werk, al mijdt hij voorlopig de talkshowtafels. “Daar zitten ze op een halve meter van elkaar, dat is mij te dichtbij. De rechtbanken zijn gelukkig ruim genoeg, met plastic schermen. Ik hoef dit niet nog een keer mee te maken.”