Nico Dijkshoorn: “Sinds mijn beroertes besef ik dat ik een egoïstische lul ben geweest”

Nico Dijkshoorn leefde jarenlang in de hoogste versnelling met naar eigen zeggen te veel aandacht voor zichzelf. Tot het overlijden van zijn moeder en een reeks beroertes alles veranderden. Als eerbetoon aan zijn moeder schreef de columnist en huisdichter van De Wereld Draait Door het boek ‘Ooit gelukkig’.

Kwekken over mezelf
Hij sprak het verhaal in als luisterboek. “Hoewel ik het verhaal zelf geschreven heb, is dat boek toen enorm hard bij me binnengekomen. Alsof ik daar in dat donkere hok pas besefte wat een verdrietige kuttijd ik achter de rug heb,” zegt hij in een interview met het Vlaamse Knack. “Ik heb namelijk een boek geschreven over ellende: over de dood van mijn vader, het wegkwijnen van mijn moeder in een verzorgingstehuis, een reeks beroertes en paniekaanvallen die mij overkomen zijn en wat ik uit dat alles geleerd heb. Dat ik te lang een egoïstische lul ben geweest, bijvoorbeeld. Altijd maar lopen kwekken over mezelf.”

Ander mens
Dat veranderde toen hij ziek werd. “Ik ben een ander mens sinds ik een paar beroerten overleefd heb,” merkt Dijkshoorn op. “Ik moest ziek worden om het allemaal scherp te zien. Ja, ik ben zo iemand die het pas begrijpt als het hemzelf overkomt. Ik zie nu in dat ik lang niet heb gedeugd, te zelfzuchtig was.”

“Sinds mijn TIA’s zijn er meerdere zaken in mijn leven veranderd. Ik heb twee jaar lang elke woensdag traumatherapie gevolgd om te leren omgaan met de angst die ik voelde om opnieuw ziek te worden. Ik durfde niet meer te reizen, niet in hotelkamers te slapen. Dat heeft geholpen. Ik besef vandaag dat het geen enkele zin heeft om op te bank te liggen wachten tot ik weer een beroerte krijg. Ik leef met het idee dat ik een zieke man ben met wie het voorlopig goed gaat.”

Afgevallen
“Daarnaast leid ik een iets overzichtelijker leven, ik speel bijvoorbeeld geen theater meer. Ik slik bloedverdunners, leef gezonder en ben twaalf kilo afgevallen. Maar vooral probeer ik minder egoïstisch te zijn. Het is iets waar mijn vriendin Tanja en mijn ex-vrouw Orlanda mij in het verleden al meermaals op wezen: ‘Niek, stel nu toch ook eens een vraag aan een ander!’ Dus dat doe ik nu. Ben ik vandaag op een feestje, dan probeer ik van zeker de helft van de aanwezigen te weten wat ze doen en wat hen gelukkig maakt. Het is een beetje tragisch dat ik mezelf daartoe moet aanzetten, maar ik vind het eigenlijk hartstikke leuk om te doen.”

Bron(nen):   Knack