Hugo Claus over zijn seksuele escapades met Sylvia Kristel en Kitty Courbois

De wolken. Uit de geheime laden van Hugo Claus, heet de bloemlezing die de Humo-journalist Mark Schaevers uit de literaire nalatenschap van de schrijver en dichter Hugo Claus (1929-2008) samenstelde. Claus heeft het in zijn agenda’s en dagboeken vooral over het schrijven en over andere schrijvers. Maar Knack kwam hier en daar ook notities tegen over zijn amoureuze escapades, zoals met Sylvia Kristel.

‘Midden in de nacht raak ik haar aan. Schrik me rot, zo nat is zij. Schrik en walg. Andere mannen moeten dat appreciëren, denk ik. Ik niet. Waarschijnlijk ook in connotatie met het zaad van een andere man. (…) Aanrakingen bij haar: elektrisch. Ze krijgt aldoor schokjes. Ook als het niet kietelt. ‘Andere vrouwen zouden erom smeken’, zei ik. ‘Je bent elektrisch geladen’, zei zij, ‘the man with the touch.’ Ik vrees dat dit dagboek uitsluitend over erotiek of Sylvia gaat, of onze verhouding in details. So what?’ (dagboek 1975)

En met Kitty Courbois:
‘Iets verder parkeert ze op een landweggetje, zij klimmen, steen en struiken, en blijven bij de weg achter een lage boom. ‘Doe je bril uit. Doe je jas uit.’ Hij trekt haar broek uit, rolt haar trui op, zij ligt met ogen dicht en een lachje. Hij duikt, in een felle zon, de vlekken, de haren op haar lip, en daar de natte plooien, slijm en krullen, die natter worden, zij glijden naar beneden, naar de weg toe, hij weet dat zijn broek langs het gras schuurt, vies wordt, geknield op de kiezels en de keien. Dan, terwijl hij boven zijn gezicht in de heupen, in de buik kneedt, het vertrouwde gegrom, een neusoptrekken bijna. ‘Nu jij’, zegt ze, ‘ik heb geen pil genomen. Je mag kiezen.’ Hij kiest, en kwiek – ziet de gleuf, die drijft nu met het lichtgrijze vlokkerige zaad bedekt – zij wrijft zich met haar broekje schoon en wil meteen weg (zij had kunnen kermen, gillen).’(uit ‘Klachtenboek van de minnaar’, een cahier van een honderdtal bladzijden over zijn reis met actrice Courbois in de Périgord in 1971 en dat later verwerkt werd in ‘Het jaar van de kreeft’.)

Bron(nen):   Knack