“Het werkt als een gek bij mij”, zegt
Paul de Leeuw over de wekelijkse afslankinjectie Mounjaro waarmee hij in korte tijd 18 kilo verloor. Hij vertelt openlijk dat hij er beter door loopt, minder last heeft van zijn knieën en zich lichamelijk fitter voelt. Maar bijna terloops voegt hij eraan toe dat er ook een prijskaartje aan hangt: zijn eetlust is zo goed als verdwenen.
De Leeuw beschrijft iets wat voor honderdduizenden mensen inmiddels herkenbaar is: de nieuwe generatie afslankmiddelen haalt de “food noise” uit je hoofd. Geen vreetbuien meer, geen vingers in de mayonaisepot, bitterballen die je ineens kunt laten staan omdat vet eten je misselijk maakt. Voor iemand met obesitas of ernstig overgewicht kan dat levens veranderend zijn – zeker als gewrichtsklachten en een dreigende kunstknie op de loer liggen, zoals bij de 63-jarige presentator.
“Het grootste probleem is dat je geen trek meer hebt – je valt af, maar je verliest ook een stukje genieten.”
Tegelijkertijd schuift De Leeuw iets ongemakkelijks op tafel: als je nooit nog echt honger hebt, kun je ook nooit meer “optimaal genieten van eten”. De medische doorbraak voelt psychologisch soms als een ruildeal: minder kilo’s en minder risico’s tegen een stiller lichaam en een stillere keuken. Wie ben je nog, als eten niet langer troost, beloning of gezelligheid is, maar vooral een strakke lijst van dingen die je moet nemen om niet ziek of misselijk te worden?
Explosieve groei van prikken tegen de kilo’s
In Nederland gebruiken naar schatting 262.000 mensen een GLP‑1-middel zoals semaglutide of tirzepatide, bedoeld voor diabetes én obesitas. Het aantal gebruikers steeg in 2025 met 57 procent in één jaar tijd; voor obesitas ging het zelfs om een groei van 88 procent naar circa 83.000 patiënten. Onderzoek laat zien dat tirzepatide gemiddeld rond de 20 procent gewichtsverlies kan geven, ongeveer de helft meer dan semaglutide. De belofte is dus enorm – en de maatschappelijke afhankelijkheid groeit net zo hard mee.
De keuze van Paul de Leeuw is daarmee meer dan een showbizzfeitje. Een bekende tv-figuur die zonder gêne vertelt dat hij wekelijks een prik haalt om af te vallen, normaliseert een medische oplossing waar tot voor kort vooral schaamte omheen hing. Voor sommigen is dat bevrijdend: obesitas is geen persoonlijk falen meer, maar een chronische aandoening die je kunt behandelen. Voor anderen voelt het juist als het doorschuiven van een maatschappelijk probleem – van leefstijl en voedselomgeving naar de apotheek.
De vraag is dus niet of deze middelen “werken”. Dat doen ze, “als een gek”, zoals De Leeuw zelf zegt. De echte vraag is hoe lang we het volhouden om over obesitas te praten in termen van individuele prikken, zonder het te hebben over de samenleving die die prikken nodig maakt.