Als je broer/zus ‘speciaal’ is

Broers en zussen hebben een bijzondere relatie en ten minste 1/3 van alle kinderen groeit op als broer of zus van een speciaal kind. Prof.dr. Frits Boer, kinderpsychiater en emeritus hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie van het AMC, heeft er een boek over geschreven: ‘Broers en zussen van gewone en speciale kinderen‘. Met ‘speciale kinderen’ bedoelt hij kinderen met een ontwikkelingsstoornis, een handicap, een psychische stoornis, een chronische of levensbedreigend ziekte.

Maar het gaat ook over gewone broer-zus relaties: zoveel verschil is er nu ook weer niet. Bij een speciaal kind zie je de dingen die in andere gezinnen spelen vaak uitvergroot, weet Prof. Boer. En het hebben van een speciale broer of zus heeft ook niet alleen maar negatieve kanten. Het is een misverstand dat kinderen zo min mogelijk nare dingen mogen meemaken in hun jeugd. Als je nooit wat hebt meegemaakt, bouw je ook geen ‘weerstand’ tegen stress op.

Het boek gaat ook in op de rol van de ouders. De zorgen voor het speciale kind kunnen hen volledig in beslag nemen. Er blijft dan weinig tijd, aandacht en energie voor de andere kinderen over. Kinderen willen hun ouders soms ontzien, omdat die het toch al zo moeilijk hebben, tot er maar weinig contact over blijft.

Frits Boer
Broers en zussen van speciale en gewone kinderen. Invloed op ontwikkeling en gedrag
€ 29,99
isbn 978 90 209 7590 1

Bron(nen):   AMC-magazine