Onderzoek: volgens de traditie is Zwarte Piet een nare man. En niet zwart

Schrijfster Floortje Zwigtman en de Belgische illustratrice Sassafras De Bruyn verzamelden een schat aan verhalen over de traditie van wat nu Sint en Piet is. Want het verhaal van Sinterklaas heeft vele wortels. Gemeenschappelijk: er komen kadootjes aan te pas. ‘Er zijn veel overeenkomsten in hoe de cadeautjes worden gebracht: zowel Italiaanse als Amerikaanse kinderen hangen bijvoorbeeld een sok aan de schouw. Het zijn ook altijd winterfeesten. Dat gaat natuurlijk terug op volkstradities: mensen vreesden dat de winter zou blijven duren en brachten een offer aan goede en kwade geesten opdat de lente vlug zou terugkeren.,’ zegt de illustrator tegen De Standaard

Net als de goede Sint is de knecht/boeman een eeuwenoude, universele fantasiefiguur. Meestal “een vreemdeling waar de ouders hun eigen angst op projecteerden, om de kinderen schrik aan te jagen en te eisen dat ze braaf zouden zijn,” duidt Sassafras De Bruyn. 

De boeman was eerst een duivel met kettingen of een harig monster, later een donkergeklede man met een zak om stoute kinderen mee te nemen. Pas in de 19e eeuw werd hij een zwarte man. Daar is de Nederlandse schoolmeester Jan Schenkman verantwoordelijk voor. Dat zwart is dus niet de traditie, het is 19e eeuwse nieuwlichterij. Schenkman schreef het boek “Sint-Nicolaas en zijn knecht”, helemaal in de tijdsgeest van 1850: Nicolaas arriveerde met het uiterst moderne vervoermiddel de stoomboot en had een zwarte helper, recht uit de kolonies. Eerst droeg Piet een oosters pak en pas in de tweede druk van Schenkmans boek het bekende kostuum met pofbroek en kanten kraag, als een Spaanse page.

Die variant veroverde langzaam Nederland en Vlaanderen. Andere varianten, zoals Santa, leven elders voort. Sassafras De Bruyn: “Piet is maar zwart sinds de 19e eeuw. De figuur bestaat al vele eeuwen, dus houdt het geen steek om te zeggen dat hij zwart moet blijven. Het enige wat Piet typeert is dat hij verandert. Dat moet ons niet verwonderen, dat moeten we omarmen.”

Bron(nen):   De Standaard  VRT