‘Ik hoop dat Remco vóór mij sterft. Dan zou ik weer verliefd willen worden’

Deborah Campert (81) is getrouwd met Remco Campert (90). Omdat ze een boekje heeft geschreven wordt ze hier en daar geïnterviewd. Dat levert het wonderlijke beeld op van een huwelijk en van verveling. Ze gingen al eens uit elkaar, vertelt ze aan Humo.

“Remco en ik hebben lang een wild leven geleid.” Vreemdgaan hoorde erbij. Zíj deed het onder meer met een knappe Franse tandarts, híj nam het er ook van. Maar de balans raakte zoek. “Daarom ging het mis. Na vijftien jaar gingen we uit elkaar. We bleven wel vrienden en we beloofden dat we later alsnog met elkaar zouden trouwen. Dat hebben we gedaan, vijftien jaar later, in 1996. Saai was het in elk geval niet.”

Maar nu zit ze – opgescheept, lijkt het – met een hoogbejaarde man waar amper lol aan te beleven is. “Ik heb ontzettend veel gepresteerd in mijn leven. Ik ben tevreden. Alleen: alles is nu terugkijken, alles wás. Het wás leuk, het ís niet meer leuk. Dit is geen fase om naar uit te kijken, dat zul je nog wel merken.”

“Vroeger ontvingen we nog vrienden. Nu niet meer. Heel jammer, want we genoten er allebei van. Remco mist het minder dan ik, hij verlangt er niet meer zo naar. Ik ben tien jaar jonger, maar voor mijn gevoel is het verschil veel groter.”

“Ik voel me vitaal. Ik heb nog veel energie en zin in het leven. Maar daar kan ik niets mee, behalve een beetje schrijven. Dat komt doordat mijn echtgenoot zo oud is. “

Remco is geen aardige man

Toen schrijfster Mirjam van Hengel bezig was met Remco’s biografie, schreef ik een ‘schaduwgrafie’. Het werd één grote klaagbak, want Remco is geen aardige man. Hij doet niets uit zichzelf. Ik heb geen zin om altijd tegen hem te zeuren van ‘doe dit’ of ‘doe dat’. Daarom schreef ik het op, dan was ik het kwijt. Die teksten heb ik allemaal weggegooid. Ze waren te akelig.

Hij heeft veel humor, we hebben ongelofelijk veel plezier gehad en ik ben aan hem gewend. Ik hou nog altijd veel van hem, hoe dan ook. Maar soms denk ik: wat zou het heerlijk zijn om een man te hebben die dingen voor míj deed. Het heeft alleen geen zin om daarover te blijven zeuren tegen iemand die al zo oud is, want veranderen zal hij absoluut niet meer. Elke dag om vier uur komt hij naar beneden. Zogenaamd om te scrabbelen, maar ik weet heus wel dat hij eigenlijk komt om te roken en te drinken. Dat mag hij alleen hier, tijdens het scrabbelen. Zo lok ik hemDat zijn altijd een paar leuke uurtjes.”

Remco doet sowieso niets

“Ik hoop dat hij eerder sterft dan ik. Het lijkt me zo heerlijk dat het leven dan nog een paar jaar anders kan zijn. Ik zou ook weer verliefd willen worden. Iemand willen hebben met wie ik kan praten. Iemand die me aandacht geeft, die zegt: ‘Schat, wat zie je er mooi uit’, of ‘Wat heb je lekker gekookt’. Want dat doet Remco niet. Nooit. Hij doet sowieso niets. Hij schrijft niet, hij leest niet. Ik snap niet hoe hij zo kan leven. 

Bron(nen):   Humo