De ‘kaalslag’ in de cultuursector is uitgebleven

Toen staatssecretaris  Halbe Zijlstra      in 2001 een bezuiniging aankondigde van 200 miljoen leidde dat tot heftig protest. Het zou voor grote delen van de cultuursector de doodsteek betekenen. Het blijkt te zijn meegevallen. Ondanks honderden miljoenen euro's aan bezuinigingen weten de meeste kunstinstellingen zich nog te redden. Dat blijkt uit een inventarisatie die minister van Cultuur Jet Bussemaker (PvdA) donderdag naar de Eerste Kamer stuurde, schrijft Trouw. Op de culturele sector is 325 miljoen euro bezuinigd, 200 miljoen door het rijk, 125 miljoen door gemeenten. Hierdoor kregen 275 culturele instellingen minder subsidie. Hiervan verdwijnen volgens de krant 41 instellingen. De anderen hebben andere inkomsten gevonden of doen het met minder geld. Ook zijn er instellingen die weliswaar nog bestaan, maar veel minder activiteiten ontplooien.

Bron(nen):   Trouw      

5 Reacties Doe mee met de discussie →


  1. Dead Silence

    Blijkbaar heeft men jaren teveel geld gekregen en heeft men er lekker van geleefd.

  2. Pietje_Precies

    gratis geld prikkelt niemand

  3. Templein

    Tot nu toe is er vaak sprake van cycli in de publieke ruimte.
    Uitkeringen en subsidies beginnen met hanteerbare proporties. Bij gesloten stromen, dus met begrensd budget, zie je aan het aantal aanvragen de proporties. Bij bekendheid van een regel of instantie gaan de aanvragen groeien. Abram de Swaan noemt het ‘protoprofessionalisatie’ als we als burgers en/of ondernemers de taal leren spreken van de subsidieverstrekkers. We praten en handelen toe naar deze geldstromen. Zo vallen er steeds meer ‘gevallen’ onder. Dan loopt het uit de hand en volgt er een grote schoonmaak (met terechte en onterechte effecten voor de ontvangers).

    Het lastige bij de VVD’ers en in hun voetsporen de PvdA’ers is dat je niet weet of ze zich nog aan die cycli houden. Met alle privatiseringen in diverse branches krijg je een ander soort maatschappij. Daar begint het volgens mij wel op te lijken.

  4. De Staatsburger

    Volgens mij kan d’r gemakkelijk nog 200 miljoen op cultuursubsidies bezuinigd worden. Wordt de kunst alleen maar beter van.

  5. zo maar iemand

    ‘Kaalslag uitgebleven’, tja, het is maar hoe je het definieert. Een kwart van de instellingen is gestopt. ‘Ach, maar een kwart, dat valt reuze mee!’.

    Tot het een kwart van je maandsalaris is. Of je een kwart meer huur/hypotheek moet gaan betalen. Of een kwart van je longinhoud. Dan is een kwart best veel.

    Maar nog steeds niet genoeg, briest de rechterkant; kunst moet helemaal kapot, ja toch? Want daar krijg je betere kunst van, want gratis geld prikkelt niet.
    Gratis geld, wat is dat toch? Bijstandsuitkeringen, kunstsubsidies, 5 miljoen door de PVV uit de kas gegraaid voor de Limburgse uniformen van de Harmonie, alle ambtenarensalarissen, beveiligingskosten, wachtgeldregelingen van politici, het salaris van de stratenmaker en de vuilnisman, een nieuw Provinciehuis, etc.

    Juist, dat prikkelt niet, en dat moet wel prikkelen, dus afschaffen dat ‘gratis geld’. Laat dat Provinciehuis maar commercieel gaan, laat de politicus zijn eigen beveiliging betalen of niemand beledigen, en laat de vuilnisman privatiseren! Dat is pas prikkelend! Als je Vrije Markt-aanhanger bent, wees dan consequent.

    Een kwart van de instellingen zijn omgedonderd, ‘hoera!’ kraait de rechterkant met de spuugbelletjes in de mondhoeken. Een groot deel van de overlevers volgt dit jaar of volgend jaar, gebiedt de volledigheid te melden. Driewerf hoera! Al die rotmuzikanten met derlui minimum loontje, ga lekker asperges plukken in Limburg! Want klassieke muziek (of dansvoorstellingen, moderne kunst, theater, jeugdgezelschappen), daar houdt de rechterkant niet van. Die houdt van voetbal, Andre Rieu en Holland’s got talent. Dat is pas echte Hollandse Cultuur die zijn eigen broek op kan houden. Of neem Van Gogh, die arme donder die Echte Kunst voortbracht, die had toch ook een broer die zijn levensonderhoud betaalde. Nou dan!

    Trouwens, het NRC meldt:
    “Veel van de afvallers leven nu tussen hoop en vrees. Ze konden het afgelopen jaar nog door, omdat hun voorstellings- of tentoonstellingsprogramma nog is gefinancierd uit de subsidies van 2012. Ze trachten nog projectsubsidies te verkrijgen of ze hopen zelf voldoende inkomsten te vergaren, uit kaartverkoop, van sponsors of andere weldoeners. En ze bezuinigen: ze ontslaan het vaste personeel, stootten hun eigen pand of opslagruimte af. Podiumgezelschappen halen oude voorstellingen uit de kast die ze tegen lage kosten nog eens kunnen opvoeren. Nieuw werk wordt niet meer of veel minder gemaakt. Musea en presentatie-instellingen voor hedendaagse beeldende kunst programmeren minder tentoonstellingen. Die verschraling wordt in de cijfers van minister Bussemaker nog niet getoond.”

Reacties niet toegestaan