Expositie in Gent: Het gewichtige lichaam

Anorexia en en boulimia zijn geen modeverschijnselen. Hongeren en schransen is van alle tijden. Dat toont de tentoonstelling ‘Het gewichtige lichaam. Over dik, dun, perfect of gestoord‘ in het Museum dr. Guislain, het Gentse museum voor psychiatrie dat is gevestigd in een hospice uit 1857. Het museum met binnentuin en gallerijen is op zich al een bezoek waard. Zo ook de vaste collectie met Outsider Art of Art Brut.
Nu is daar dus een tentoonstelling over de uiterlijke verschijning en wel de extreme vorm ervan. Waarom besluiten mensen te stoppen met eten? Zijn de motieven persoonlijk of esthetisch, religieus of economisch? Wanneer is er sprake van een verstoorde omgang met het lichaam? En zijn we wel de baas over ons eigen lijf?

De expositie omvat 4 delen:

Het verheven lichaam
Dit deel gaat over de religieuze betekenis van het lichaam. De ascese is verheven, gulzigheid een zonde. Maar hongeren werd ook spektakel: wondermeisjes vormden vanaf de16e eeuw een attractie. En eind 19e eeuw werd hongeren tot kunst verheven door de zogenaamde ‘hongerkunstenaars’.

De beloften van het lichaam
Het opvoeren van het lichaam in politieke propaganda, sport en nationale trots tonen ons de beloften van het lichaam. Maar als het hongeren veel aandacht krijgt, dient het soms als middel om een doel te bereiken. Bij de hongerstaking wordt een leven op het spel gezet om ideologische overtuigingen onder de aandacht te brengen.

De grens van de schoonheid
Anorexia nervosa heeft zich ontwikkeld van een zeldzaam ziekte tot een veelvoorkomende aandoening. Het lichaam is symbool geworden van het verlangen naar een identiteit: ik wil slank zijn, ik wil sterk zijn. Waar ligt de grens tussen schoonheid en stoornis?

De toekomst van het lichaam
Medische technologie vergroot onze mogelijkheden om ons lichaam te vormen zoals we het zelf willen. Er is de explosieve groei van de plastische chirurgie, maar ook transplantaties en hulpmiddelen verleggen grenzen.

De expositie is nog te zien tot 8 mei 2011.

 
Bron(nen):   Knack  Museum dr. Guislain