Unesco wijst Palestijns voorstel werelderfgoed af

Unesco wil in juni 11 plaatsen toevoegen aan de Werelderfgoedlijst, maar de Palestijnse genomineerden zullen daar niet bij zijn. Omdat ze geen lid zijn van de VN, komen ze niet in aanmerking om plaatsen voor te dragen. Eén van de plaatsen die niet op de lijst komt, is de 4e eeuwse Geboortekerk in Bethlehem (foto).

De Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook worden door de VN aangeduid als de bezette Palestijnse gebieden. De VN erkende de PLO als officiële vertegenwoordiger van het Palestijnse volk en als zodanig kregen ze de status van VN-waarnemer – zonder lidmaatschap – in 1974. Verwacht wordt dat de Palestijnen tijdens Algemene Vergadering van de VN in september zullen vragen om erkenning als staat.

De Commissie voor het Werelderfgoed van UNESCO komt van 19 tot 29 juni bijeen in Parijs. De Commissie heeft het Palestijnse voorstel niet formeel afgewezen, maar heeft al aangekondigd dat ze 42 plaatsen zullen nomineren, waaronder die van Bahrain (het culturele landschap gecreëerd door de parelindustrie), Israël (Land of Caves and Hiding en de Poort met 3 bogen in Dan), Iran (de beschermde Harra mangroves), Jordanië (de Wadi Rum vallei), Saudi Arabië (de historische stad Jeddah), Syrië (de oude dorpen van Noord-Syrië), Turkije (de oude stad en omwalling van Alanya met de Seljuk scheepswerf en de 16e eeuwse Selimiye Moskee met het sociale complex in Edirne) en de Verenigde Arabische Emiraten (4 culturele plaatsen in de stad Al Ain). De overige 31 nominaties komen o.a. uit Argentinïe, Australië, Benin, China, Colombië, Ethiopië, Frankrijk, India, Kenia, Mexico, Nigeria, Slovenië, Sudan, Syrië, en Vietnam.

Ondertussen kreeg een Palestijns dorp met 3.000 jaar oude olijfgaarden, bronnen en oude ruïnes wel de Melina Mercouri International Prize toegekend voor de bescherming en het beheer van cultuurlandschappen door de Unesco-Griekenland. Het Batir cultuurlandschap in de buurt van Bethlehem werd, samen met de musea en ruïnes van Garni in Armenië, ieder beloond met $ 15.000 tijdens een ceremonie in Parijs op 24 mei.

Bron(nen):   The Art Newspaper