In Afrika rouwen olifanten elke dag. Tienduizenden zijn er gedood om ivoor

Olifanten zijn emotionele dieren, ze rouwen als een soortgenoot is overleden. Maar in Afrika rouwen ze elke dag. Omdat de vraag vanuit China naar ivoor almaar toeneemt, worden in Afrika elk jaar tienduizenden olifanten gedood. Zelfs in Kenia, waar de Massai de olifant tot voor kort geen haar krenkten. Maar door de wereldwijde financiële crisis komen er minder toeristen naar de wildparken. Bovendien kreeg Kenia ook nog eens te kampen met de ergste droogte sinds tijden waardoor de Massai veel van hun vee verloren, terwijl de prijs van ivoor maar bleef stijgen. Dus besloten steeds meer Massai olifanten te doden, ondanks de hoge straffen die er op staan. Via een ivoormakelaar kunnen ze er iets meer dan 20 dollar per halve kilo voor krijgen.

Het ruwe ivoor wordt het land uit gesmokkeld door Chinezen die in Kenia, maar ook in andere Afrikaanse landen, tijdelijk werkzaam zijn in de bouw, mijnen of olie-industrie – bij elkaar zijn dat er bijna een miljoen. In Vanity Fair een verhaal over wie er achter de slachting van olifanten zit. Het echte probleem van de ivoorsmokkel zijn niet de in Afrika werkzame Chinese arbeiders, maar de managers die geld hebben om lokale stropers te betalen, diplomaten van wie de bagage niet wordt gecontroleerd, en Chinese zakenmensen die de economie van Afrika aan het overnemen zijn.

Bron(nen):   Vanity Fair