In deze EU-landen geven mensen het meeste geld uit aan kleding

Kleding was nog nooit zo goedkoop. Voor een paar tientjes haal je een tas vol bij ketens als Primark en H&M. Fast fashion wordt het genoemd, zoals je ook fast food hebt. De kleding valt na een paar keer dragen uit elkaar en verdwijnt dan in de vuilnisbak.

Zo dragen de kopers niet alleen bij aan de instandhouding van erbarmelijke arbeidsomstandigheden in lage lonenlanden, maar zorgen ze ook voor een forse toename van de hoeveelheid afval op de wereld.

Langzaam komt er een nieuw bewustzijn dat dit toch niet de weg is die we moeten gaan. Steeds meer mensen kopen weinig kleding of kiezen voor tweedehands. Toch wordt er nog altijd veel geld uitgegeven aan kleren. In Nederland zeker. De Nederlander koopt zo’n 46 stuks kleding per jaar, terwijl er al gemiddeld 173 items in de kast liggen. Wereldwijd kopen we maar liefst vier keer zoveel kleding als twintig jaar geleden.

De kledingindustrie is enorm vervuilend. Voor de productie van één spijkerbroek is 20.000 liter water nodig. Dat staat gelijk aan 200 keer douchen. Ook wordt er 32 kg CO2 uitgestoten (150 kilometer autorijden). Daarnaast belanden er allerlei pesticiden en chemicaliën in de natuur. Het ergste is nog wel dat de helft van alle fast fashion binnen een jaar weer wordt weggegooid met als gevolg dat er jaarlijks zo’n 35 miljoen ton kleding in de verbrandingsoven terechtkomt.

Nergens wordt zoveel geld gespendeerd aan kleding als in het Verenigd Koninkrijk. Met bijna 935 euro per persoon in 2018 zijn ze ook per hoofd van de bevolking de big spenders van Europa. Nederland komt opvallend genoeg op een tweede plaats. In 2018 gaven we ongeveer 850 euro per persoon per jaar uit aan kleding. We kunnen een voorbeeld nemen aan de Zweden of aan de Polen. Die laatsten spenderen maar 300 euro per persoon per jaar aan kleding.

Infographic: The European's New Clothes | Statista Bron: Statista Bron(nen):   Statista  De Correspondent  One World