Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz: “Je wil niet geboren worden in de Amerikaanse midden- of onderklasse”

De American Dream bestaat niet meer. Daarvoor is de ongelijkheid in de Verenigde Staten te groot geworden. Nobelprijswinnaar voor Economie Joseph Stiglitz laat in Knack zijn licht schijnen over de Amerikaanse economie, globalisering en de Europese Unie in crisistijd. “De EU kan hier sterker uitkomen.”

Ongelijkheid
Stiglitz, die aan de meest gerenommeerde Amerikaanse universiteiten doceerde, vindt, net als zijn Franse vakgenoot Thomas Piketty, dat ongelijkheid een keuze is. “Het is niet het gevolg van natuurwetten, wel van wetten die door mensen zijn gemaakt. Die wetten zorgden ervoor dat een relatief kleine groep aan de top het zeer goed heeft, en dat een heel grote massa mensen aan de onderkant van de samenleving het zeer slecht heeft. En de mensen daartussen, de middenklasse, zagen hun inkomens ook stagneren. Het is bijna niet te geloven, maar als je rekening houdt met de inflatie hebben mensen aan de onderkant van de Amerikaanse samenleving meer dan een halve eeuw geen loonsverhoging gekregen. Er zijn heel wat factoren die daartoe bijgedragen hebben. Ons onderwijssysteem, onze belastingwetgeving, ons uitgavenbeleid… Allemaal samen hebben die ertoe geleid dat de VS de meest ongelijke samenleving zijn onder de ontwikkelde landen.”

De American Dream moeten we dan ook snel vergeten. “Nee, die bestaat niet meer,” aldus de beroemde econoom. “Natuurlijk, als je het geluk hebt om geboren te worden met een enorme hoeveelheid talent kun je nog steeds van onderaan opklimmen naar de top, maar dat zijn uitzonderingen. Ik zal het zo zeggen: als je geboren wordt in een gezin in de bovenlaag van de samenleving, is Amerika een prachtige plek. Maar als je weet dat je geboren wordt in de midden- of lagere klasse, zou ik er niet voor kiezen om in de VS te worden geboren.”

Kapitalisme
Het kapitalisme is op zichzelf niet de oorzaak, meent Stiglitz. “Ik geloof niet dat ongelijkheid een onvermijdelijk gevolg is van het kapitalisme. Het is wel een gevolg van het soort pervers kapitalisme dat we in de VS kennen. Soms zijn hier een of twee bedrijven zo dominant in een bepaalde sector dat er geen sprake is van concurrentie. We hebben in de VS geen marktkapitalisme, wel een ongereguleerd monopolistisch kapitalisme, waarin de miljardairs hun welvaart niet delen met anderen.”

Democratie
Dat ondermijnt de democratie. “Ongelijkheid is niet alleen immoreel, het is ook slecht voor onze democratie. In andere democratieën heeft één persoon één stem. In de VS heeft één dollar één stem. We laten immers een bijna ongelimiteerde verkiezingscampagne toe, waar bedrijven onbeperkt geld in kunnen pompen. U weet dat de basisideeën van een democratie teruggaan tot de verlichting, met checks-and-balances, controles en evenwichten. Maar in de VS zit meer dan 40 procent van de rijkdom geconcentreerd bij 1 procent van de bevolking. Onvermijdelijk wordt de politieke en economische agenda door hen bepaald. Met als gevolg dat de economische ongelijkheid ook een politieke ongelijkheid wordt.”

Globalisering
Het nut van globalisering moet volgens de top-econoom niet worden onderschat. “Het is zeer belangrijk, zeker voor heel wat landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Zij hebben de kloof met de rijkere landen kunnen verkleinen dankzij de globalisering. We danken er de snelste vermindering van de armoede aan die de wereld ooit heeft gezien. De allerarmsten konden er misschien niet zo van profiteren, maar wie net onder of boven de armoedegrens leefde, kon de overstap maken naar de lagere middenklasse. In de VS en het Verenigd Koninkrijk heeft men niet iedereen laten delen in de toenemende welvaart.”

Solidariteit in Europa
Het coronavirus leidt volgens Stiglitz tot de grootste economische crisis sinds de Grote Depressie van de jaren dertig. Of de Europese Unie de klap te boven komt, hangt af van hoe landen uiteindelijk reageren. “Vóór de coronacrisis waren al heel wat landen eurosceptisch, zoals Italië. Zij hadden al een gebrek aan solidariteit binnen de EU ondervonden met betrekking tot de migratieproblematiek. Ook met de coronacrisis waren veel Europeanen terughoudend om solidair te zijn met die landen, en als die houding niet was veranderd, zou dat het einde van de EU zijn geweest. Gelukkig hebben Duitsland en Frankrijk er met hun volle gewicht voor gezorgd dat er toch een soort euro-obligaties komen om de zwaar getroffen landen te helpen. Dat was een heel positieve stap, ook al blijven recalcitrante Europeanen zeggen dat de euro-obligaties er niet mogen komen en er alleen maar leningen moeten worden verstrekt. Maar een land als Italië heeft al zo veel schulden, dus met nóg meer leningen help je het niet echt. Als Europa in staat is om zich op te richten en echte solidariteit te tonen, zal deze crisis leiden tot een versterking van de Europese Unie.”

Bron(nen):   Knack (€)