Luxe-industrie slaat terug

De luxe-industrie heeft het afgelopen jaar een paar lelijke tikken opgelopen. De ingesleten gewoonte om zich kleding en accessoires voor hoge prijzen aan te schaffen, kwam in veel gevallen tot een ruw einde, en de winkels met hun mooie spuillen zaten met de gebakken peren. Met dank aan de kredietcrisis.
Maar ziet, The New York Times signaleert dat de branche zich herpakt en de eerste tekenen van het aloude arrogante gedrag zijn inmiddels weer waarneembaar. En zo moet het natuurlijk ook – alles begint met een arrogante houding die in een later stadium rechtvaardigt dat je veel geld vraagt voor je waar. 
Rondom Fifth Avenue in Manhattan is het volgende te zien: winkels geven geen korting meer en ze houden de voorraden klein. 
De enorme kortingen van de afgelopen tijd waren natuurlijk een doodsteek voor de handel. Als je steeds maar 50 tot 70 procent korting op een kostbaar item geeft, gaan mensen wennen aan die schappelijke prijzen en vinden ze de spulletjes op enig moment te duur. Stom! mag niet meer gebeuren. 
Verder hangen de winkels behoorlijk leeg en de boodschap is: of je koopt nu iets duurs, of je vist straks achter het net. Zo krijgen de dure dingen weer een geur van exclusviteit. 
Dus, zo zegt een verkoopster van Saks, we hadden 21 kasjmieren jassen van Brunello Cucinelli (2.695 dollar per stuk) en die zijn uitverkocht. Leuk voor de gelukkigen die er een hebben, jammer voor de rest. 
De nieuwe strategie lijkt te werken, al wacht men met spanning de Kerstverkopen af. Maar het heeft er de schijn van dat de oude magie weer terug is.

Bron(nen):   The New York Times