De prijs van roem

Veilinghuizen maken zware tijden door. Veel kunst is onvoldoende aan de prijs en kooplustige rijkaards laten het de laatste tijd vaker afweten. Gelukkig is daar iets op gevonden dat een deel van de ellende opheft: de verkoop van spulletjes van beroemde mensen. 
Nog maar kort geleden – eerder dit jaar – had uw favoriete krant een uitgebreid verslag van de inboedel van het Parijse woonhuis van Yves Saint Laurent. NRC Handelsblad en andere periodieken kwamen pagina’s te kort om al de mooie meubels, beelden en schilderijen van de overleden modekoning te tonen – daarbij graag geholpen door veilinghuis Christie’s dat zo een geweldige publiciteitsstunt maakte aan de vooravond van 2 veilingen. De veilingen vonden ook daadwerkelijk plaats en leverden 483 miljoen dollar op, veel meer dan ook maar iemand durfde te hopen.
Moraal: artikelen hebben blijkbaar een meerwaarde als ze in het bezit zijn geweest van een beroemdheid.
Allereerst is het zaak dat een veilinghuis de nabestaanden van de overleden vip meekrijgt. Daar is veel tact voor nodig en ook enig geduld. Waarbij het idee dat iedereen er (veel) beter van kan worden natuurlijk een prettige gedachte is. 
Daarna is het van belang dat de nalatenschap als een eenheid, als een collectie, wordt gepresenteerd. In een enkel geval was de overledene ook een getalenteerde verzamelaar, maar vaker is zoiets niet het geval en dan moet het veilinghuis een prachtige, oogverblindende catalogus samenstellen die het publiek diep onder de indruk brengt. 
Vervolgens moet in de media een zekere buzz ontstaan; de koorts om te kopen moet overslaan op het grote publiek en krantenredacties dienen gevoed te worden met veel mooie plaatjes en mooie praatjes – zie hoe NRC Handelsblad recentelijk voor de YSL-kar werd gespannen.
Daarna is de tijd rijp om te oogsten. Dat ging zo met de spulletjes van Jackie Onassis, van Andy Warholl, van prinses Diana, van Johnny Cash en zelfs ging het zo met de (Nederlandse) nalatenschap van Boudewijn Buch, overwegend oninteressante rommel. 
Geen beter bewijs dan Buch derhalve, dat deze methode werkt.

Bron(nen):   The Wall Street Journal