De spullen van Dirk brengen niet veel op

In de boeken van Nederlandse banken staan voor miljoenen aan onderpanden van bezittingen van Dirk Scheringa. Hij leende bij andere banken voor zijn kunstcollectie, voor zijn stadion, voor al zijn mooie huizen en landgoederen, voor zijn museum. En de banken betaalde wel. Scheringa was immers eigenaar van een bank die misschien wel meer dan een miljard waard was. Dus om de feitelijke waarde van het onderpand werd niet veel getreurd. Want een voetbalstadion in Alkmaar, of een mega kantoorpand in Wognum, of een protserig museum in Spanbroek, het zijn misschien niet echt de onderpanden waar je mee wilt blijven zitten als de lening niet wordt betaald.
En dat is nu wel het geval. De spullen van Scheringa zijn amper verkoopbaar, en zeker niet voor de bedragen die ze moeten opbrengen om de schulden te delgen.
Het Financieel Dagblad (niet online) heeft de schade in kaart gebracht en het valt niet mee. Bijvoorbeeld: een museum in aanbouw in Spanbroek is helemaal niets waard, want er is niet een koper die toevallig ook een megalomaan museum in Spanbroek wil beginnen.
Overigens: dankzij DSB weten we ook dat als een bank eenmaal slagzij maakt de feitelijke waarde een stuk minder is dan werd aangenomen. Dat zou voor andere banken ook wel eens kunnen gelden.