“Onze werkcultuur is tegennatuurlijk: We zijn niet geboren om constant te werken”

De mens houdt zichzelf graag bezig, het liefst met betaalde arbeid. Maar die werkcultuur is ongezond, meent de Zuid-Afrikaanse antropoloog James Suzman. "Het is niet onze natuur, het is cultuur," zegt hij in gesprek met de Volkskrant.

Suzman deed 15 jaar lang veldonderzoek bij de Ju/’hoansi, een volk dat nog tot ver in de 20ste eeuw leefde als jagers en verzamelaars. Hun werk bestond uit het verzamelen van voedsel en huishoudelijke taken. Als dat klaar was, gingen ze iets leuks doen. "We kunnen iets leren van hoe zij hun werk benaderden. Zij werkten om te leven, niet andersom. Ze herinneren ons eraan dat we niet geboren zijn om constant te werken."

Werk en beloning
Ooit leefden alle mensen als de Ju/’hoansi. Dat we nu zoveel harder werken en steeds productiever willen zijn, is aangeleerd, stelt Suzman. "Het is niet onze natuur, het is cultuur." Waar er vroeger een duidelijk verband was tussen hoe hard je werkte en hoe hoog je beloning was, is dat in de moderne tijd verdwenen. "De boer die alle apen en olifanten wegjoeg om de gewassen te beschermen en zijn land het ijverigst bewerkte, kreeg het beste resultaat. Toen had het een functie. We gedragen ons nog steeds zo terwijl er nu in veel beroepen geen duidelijk verband meer bestaat tussen werk en beloning. De mensen die het hardst werken zijn de mensen met twee banen, en die krijgen vaak het minimumloon."

Hypotheek
Nog een verschil: vroeger zag je onmiddellijk resultaat van je werk en leefde je in het hier en nu, aldus Suzman. "Tegenwoordig zijn er veel zogenoemde ‘bullshitbanen’ en zijn we in ons werk altijd op de toekomst gericht: ‘Als ik mijn hypotheek heb afbetaald, dan kan ik genieten van mijn pensioen’. Of: ‘Als ik hard werk, dan kom ik een stap verder op de carrièreladder’. Dat is onbevredigend."

Waarom we het toch doen? "Werk geeft ons een identiteit en sociale status. Dat is ontstaan op het moment dat mensen in steden gingen wonen, duizenden jaren terug. Zonder de klassieke familiestructuren uit de dorpen zochten vakgenoten elkaar op. De bakkers bij de bakkers. Sommige beroepen kregen hun eigen buurt, mensen trouwden in eigen kring."

"We geloven dat de mens oneindige verlangens heeft, maar dat de middelen beperkt zijn. Dus blijven we in competitie met elkaar", aldus Suzman.

Bron(nen):   De Volkskrant