Farma-industrie: slechte kwaliteit voor hoge prijzen

Meer dan 2 miljard mensen beschikken niet over betaalbare geneesmiddelen van goede kwaliteit. Waarom niet? Volgens schattingen van de WHO heeft 30% van de landen wereldwijd geen competente geneesmiddeleninspectie. Er bestaan geen sluitende statistieken over de verspreiding van minderwaardige en vervalste geneesmiddelen in ontwikkelingslanden. Toch tonen studies aan dat in sommige landen tot 44% van bepaalde medicijnen, zoals antimalariamiddelen, onder de maat zijn. Deze kunnen de gezondheid ernstige schade toebrengen.

Terwijl rijke landen zich bezorgd tonen over deze reële bedreiging voor de volksgezondheid, doet de farma-industrie er weinig aan. Zij geven voorrang aan hun commerciële belangen. De EU en de USA leggen zich toe op de strijd tegen namaak. Ze profiteren van de problemen in ontwikkelingslanden om voor de invoering van nieuwe intellectuele eigendomsregels te pleiten. Dat zal de winsten van de farma-industrie zeker ten goede komen, ten koste van betaalbare geneesmiddelen voor de armen. Want acties tegen namaak bemoeilijken de productie van en de handel in goedkope generische medicijnen.

Oxfam vraagt de rijke landen hun focus op de bescherming van intellectuele eigendom los te laten. In de plaats daarvan moeten zij de nodige financiële en technische steun verlenen aan arme landen zodat deze hun regulering van medicijnen kunnen verbeteren. Het Oxfam-rapport 'Eye on the Ball' verwijst eveneens naar 2 schadelijke initiatieven: (1) het Anti-Namaak Handelsakkoord (ACTA) om de wetgeving over intellectuele eigendom in Kenia, Oeganda en Thailand aan te passen, en (2) nieuwe maatregelen tegen namaak binnen de WHO via het zogenaamde IMPACT-initiatief.

Bron(nen):   De Morgen