Grote verhuurbedrijven stoppen met voordracht nieuwe huurders: sommigen vragen 10.000 euro

Het voordragen van een nieuwe huurder wordt door grote vastgoedeigenaren als Vesteda en Bouwinvest in de ban gedaan. Er wordt soms meer dan tienduizend euro gevraagd voor het overnemen van een vloer en tweedehands meubelen.

Het is een nieuw dieptepunt op de verziekte woningmarkt: Vertrekkende huurders vragen online 11.000 euro voor het overnemen van een laminaatvloer en gordijnen. "Dat is een verkapte en dubieuze manier om sleutelgeld te vragen", zegt een woordvoerder van Vesteda. Ze verhuren meer dan 27.000 woningen in Nederland en een kwart daarvan wordt onderhands doorverhuurd.

Dit systeem liep prima, maar de toenemende krapte op de huizenmarkt werkt excessen in de hand. Bouwinvest neemt al sinds 2020 geen voordrachten meer aan bij huurprijzen onder de 1200 euro. "De excessen bij de overdracht van woningen in dat segment zagen wij toentertijd ook. Dit zijn situaties die je als verhuurder wilt voorkomen", legt een woordvoerder uit. "Daarnaast willen we dat inschrijvers op een woning een gelijke kans maken."

Nu zijn sommige huurders de pineut. Ze betaalden veel te veel geld om de inboedel over te mogen nemen, met het idee dat ze de investering weer terug zouden krijgen bij vertrek. Nu steekt de verhuurder daar een stokje voor. Helaas, dat valt onder eigen risico, zegt de verhuurder. En de staat, die deze ellende heeft gefaciliteerd.

Bron(nen):   NOS