De 5 problemen waarvoor de EU-top een oplossing bij elkaar moet ruziën

1. Griekenland. Niet zomaar een gelopen koers. Die 8 miljard krijgen ze. Maar er is nog 200 milard nodig. Als de EU zich houdt aan haar eigen besluiten krijgt Griekenland niks meer: het land haalde geen enkele afgesproken norm. Die normen moeten dus worden opgerekt. Misschien moet wel 60 procent van de Griekse schulden worden kwijtgescholden. Ook van de banken.
2. Noodfonds. Grote strijdpunt: mag het noodfonds geld scheppen, zodat het met de 440 miljard als onderpand 2 miljard kan besteden. Frankrijk wil dat. Duitsland niet
3. Banken. Wie gaat de banken redden? Ieder land zijn eigen bank? Of de EU alle banken? En hoeveel extra weerstandsvermogen is genoeg? 200 miljard, zoals het IMF zegt? Of 80 miljard, wat Merkel wil?
4. Bezuinigingen en straffen. De club med landen krijgen niet zomaar geld. Ze moeten eerst bloeden. Misschien omdat dat economisch zinnig is, maar in in ieder geval omdat de kiezers in de sterke landen dat eisen.
5. De toekomst. Wat moet er gebeuren om te voorkomen dat dit nog een keer plaatsvindt? Meer samenwerken is het antwoord, meer Brussel. Maar hoe? En hoe kun je meer Brussel regelen zonder dat de sceptische kiezers dan merken?  

 

Bron(nen):   Financial Times (betaald)  Het Financieele Dagblad