“Er is geen fatsoenlijke reden te bedenken waarom een verpleegkundige minder verdient dan een arts”

Over ongelijkheid is emeritus hoogleraar sociale geschiedenis Jan Lucassen (75) stellig: die is uit de hand gelopen. Lucassen die zijn werkende leven wijdde aan werk, vertelt aan de Volkskrant hoe die ongelijkheid is ontstaan.

Behoefte
Op de vraag of hij vindt dat verpleegkundigen en leraren net zoveel moeten verdienen als artsen en hoogleraren antwoordt hij: "Ja. Ik kan geen fatsoenlijke reden bedenken waarom dat anders zou moeten."

De enige reden om de ene werkende mens beter te belonen dan de andere is de behoefte die er is aan zijn vak. "We hebben natuurlijk een maatschappij waarin we op een gegeven moment behoefte hebben aan mensen die dit of dat doen, en een manier om dat gedaan te krijgen is ze meer geld geven. Op die manier zouden we nu ons gebrek aan verpleegkundigen en weet ik wat allemaal kunnen oplossen. Maar daar zijn we te beroerd voor."

Staatsvorming
Het is niet altijd zo geweest dat de ene mens meer kreeg voor zijn inspanningen dan de andere. "Het ontstaan van verschil in beloning hangt samen met staatsvorming, zo’n vijfduizend jaar geleden. Leiders van een staat hebben de mogelijkheid zichzelf meer toe te eigenen dan anderen. Je ziet dan ook voor het eerst dat ze krijgsgevangenen aan het werk zetten als slaven, in plaats van hen te doden."

Marktwerking deed de rest. "Voor een echt sterk gelaagde samenleving, waarin het ene individu succesvoller kan worden dan het andere, heb je markteconomieën nodig. Een markteconomische samenleving is een staat waarin de ongelijkheid wettig wordt geregeld en erkend; dat als je geld verdient, het niet kan worden afgepakt – want anders werkt een marktsamenleving niet. Hoe die samenleving is ingericht, bepaalt vervolgens in hoeverre het uit de hand kan lopen."

Autonomie
De laatste decennia is het 'natuurlijk verschrikkelijk' uit de hand gelopen. Niet alleen wat ongelijkheid betreft, maar ook gezien de manier waarop ons werk is ingericht. Veel mensen zijn niet meer gelukkig met wat ze doen. "De grond is het gebrek aan autonomie waarvan in veel werk sprake is. Iedereen begrijpt natuurlijk dat het in een autofabriek waarin elke arbeider zelf mag bedenken hoe hij die auto in elkaar zet een zootje wordt. Maar toch: als iemand in je bedrijf zegt dat zus of zo beter kan, neem dat dan serieus. Ik denk dat werk, wil het écht persoonlijk bevredigend zijn, vanuit een maximum aan autonomie en initiatief moet gebeuren."

"De bedilzucht is een van de heel grote problemen van een steeds rationelere samenleving, waarin we denken: hoe beter we het organiseren, hoe beter het gaat. Nou ja: dan krijg je allemaal managementlagen. Veel middenmanagement is er uitsluitend om verantwoordelijkheden af te schuiven."

Jaren 50
Zijn favoriete tijd en plek in de geschiedenis? "Nou, de plek is Nederland, en ik denk dat in de jaren vijftig, zestig, zeventig van de vorige eeuw een aantal arbeidsvoorwaarden veel beter was dan nu."

En er ging meer goed. "De kindersterfte was teruggedrongen, de gezondheidszorg redelijk goed toegankelijk, het onderwijs kwam open te staan voor velen, armoede was voor een groot gedeelte uitgebannen. En er was hoop. Maar goed, dat was een fase in de geschiedenis. En je kunt nooit teruggaan naar een fase in de geschiedenis."