De Nederlandse treinreiziger moet opnieuw dieper in de buidel tasten. NS heeft aangekondigd dat treinkaartjes en de meeste abonnementen vanaf 1 januari 2027 gemiddeld 4,7 procent duurder worden. Maar betekent dat ook dat Nederland het duurste spoorland is? Bij een Europese vergelijking van gewone tweedeklaskaartjes kwam Zwitserland als duurste van deze vier landen naar voren. Wie abonnementen en kortingskaarten meerekent, krijgt een ander beeld.
De nieuwe NS-verhoging komt nog
De prijsverhoging is op 20 oktober aangekondigd, maar gaat pas op 1 januari 2027 in. Ze komt boven op de gemiddelde tariefstijging van 6,52 procent in 2026. NS Altijd Vrij voor de tweede klas stijgt van €399,95 naar €418,70 per maand: €225 extra per jaar. Volgens NS zijn de extra inkomsten onder meer nodig om gestegen kosten te betalen en in nieuwe treinen te investeren.
Waar is een gewoon kaartje het duurst?
Een bruikbaar aanknopingspunt is het onderzoek dat de Europese milieuorganisatie Transport & Environment in december 2024 publiceerde. Daarin werden 27 spoorbedrijven vergeleken. De Zwitserse SBB behoorde tot de duurste aanbieders en was van de vier hier besproken nationale spoorbedrijven de duurste.
De onderzoekers vergeleken enkele reizen in de tweede klas voor een volwassene, op werkdagen en geboekt zeven of 28 dagen voor vertrek. Abonnementen en speciale kortingen telden niet mee in de gewone ticketprijs. Ook corrigeerden zij de prijzen per kilometer voor verschillen in het algemene prijsniveau tussen landen.
Belangrijk: dit is een vergelijking uit 2024, geen nieuwe prijsmeting van oktober 2026. Het onderzoek biedt een onderbouwd vertrekpunt, maar geen sluitende actuele ranglijst na de jongste tariefwijzigingen.
Zwitserland: duur zonder korting
Zwitserland is in die vergelijking het duidelijkste antwoord op de vraag waar een gewoon kaartje het duurst is. Zelfs na correctie voor het hogere algemene prijsniveau bleef SBB bij de duurste Europese spoorbedrijven horen.
De volle prijs vertelt alleen niet het hele verhaal. Transport & Environment wijst erop dat veel reizigers in Zwitserland een kortingskaart hebben. Hun werkelijk betaalde ritprijs kan daardoor aanzienlijk afwijken van het standaardtarief. In dezelfde historische vergelijking eindigde SBB bovendien bovenaan bij betrouwbaarheid, vóór NS en de Belgische NMBS.
Nederland: onbeperkt reizen kost veel
Bij NS laat vooral het landelijke vrijreizenabonnement zien hoe hoog de rekening kan worden: bijna €400 per maand in 2026 en ruim €418 vanaf 2027 voor de tweede klas. Daar staat tegenover dat dit abonnement ook geldig is in de gewone NS-intercity’s.
NS probeert reizigers daarnaast met kortingen naar rustigere treinen te trekken. In 2027 stijgt de maximale korting van de PrijsTijd Deals van 60 naar 80 procent. Dat zijn aanbiedingen voor geselecteerde treinreizen, geen algemene tariefverlaging. Wie op een vast tijdstip moet reizen, kan daar niet vanzelfsprekend van profiteren.
België: een prijsplafond met Train+
België laat zien hoe sterk een kortingsproduct de vergelijking kan veranderen. Volwassen reizigers van 26 tot en met 64 jaar betalen met Train+ maximaal €14 per enkele reis in de tweede klas. Train+ moet wel apart worden aangeschaft: €14 is niet het algemene maximum voor ieder los treinkaartje.
Ook zonder Train+ krijgen volwassenen in het weekend en op feestdagen 30 procent korting op het standaardtarief. Voor een langere binnenlandse rit kan het prijsplafond aantrekkelijk zijn. Maar het zou misleidend zijn om die €14 rechtstreeks naast een Nederlands kaartje zonder kortingsproduct te zetten en te concluderen dat België altijd goedkoper is.
Duitsland: goedkoop abonnement, niet voor de ICE
Duitsland heeft met het Deutschlandticket een opvallend betaalbaar aanbod voor veelreizigers. In 2026 kost dat €63 per maand; vanaf 1 januari 2027 wordt het €66,80. Het abonnement geldt in het hele land voor lokaal en regionaal openbaar vervoer, waaronder regionale treinen, S-Bahn, metro, tram en bus.
Dat lijkt een enorm verschil met NS Altijd Vrij, maar de producten zijn niet gelijkwaardig. Het Deutschlandticket is in beginsel niet geldig in ICE-, IC- en EC-treinen. Voor een snelle langeafstandsreis is doorgaans een apart kaartje nodig. NS Altijd Vrij omvat de gewone NS-intercity’s juist wel.
Ook binnen Duitsland maakt de vervoerder verschil. In het onderzoek van Transport & Environment was prijsvechter FlixTrain op de onderzochte verbinding Berlijn–Hamburg veel goedkoper dan Deutsche Bahn.
Dus: waar betaal je het meest?
Voor standaardkaartjes zonder korting wijst de aangehaalde Europese vergelijking naar Zwitserland. Voor betaalbaar, onbeperkt regionaal reizen heeft Duitsland een aanbod dat veel goedkoper is dan NS Altijd Vrij, maar de snelle langeafstandstrein zit daar niet bij inbegrepen. België biedt met Train+ een prijsplafond per rit.
Een complete actuele rangorde van één tot vier zou meer zekerheid suggereren dan de beschikbare cijfers toelaten. Daarvoor is een nieuwe meting nodig met vergelijkbare reisafstanden, boekmomenten en kortingsvoorwaarden. De belangrijkste les: niet alleen het land, maar ook het type
trein, het abonnement en de flexibiliteit van de reiziger bepalen de rekening.