“Psychotherapie helpt maar een klein beetje en lang niet bij iedereen”

De meeste behandelingen van psychische aandoeningen als anorexia of depressie zijn weinig succesvol. Arts en systeemtherapeut Flip Jan van Oenen vindt dat we dat moeten erkennen, zodat patiënten geen valse hoop hebben. Daarover schrijft hij een opiniestuk in New Scientist.

Therapeuten en behandelaars ontkennen en negeren hun eigen ‘povere resultaten’. Van Oenen schrijft: “Je zou kunnen stellen dat het vakgebied in de greep is van een ‘mythe van vooruitgang’. Er wordt voor allerlei stoornissen al ­decennialang geschermd met ‘nieuwe, wetenschappelijk bewezen behandelmethodes’ die effectiever zouden zijn dan voorgaande behandelingen. Terwijl, als we naar de wetenschappelijk bewezen feiten kijken, deze claim ­nergens op gebaseerd is.”

De arts schrijft verder: “We kunnen alleen maar constateren dat de ene therapeut het wat beter lijkt te doen dan de andere, zonder dat we er de vinger op kunnen leggen waar hem dat in zit. En hoewel vaststaat dat ­ psychotherapie werkt, is het effect bescheiden en heeft lang niet iedereen er baat bij.”

De effectiviteit van psychotherapie is bovendien in de afgelopen decennia nauwelijks verbeterd. “Toch blijven therapeuten en wetenschappers, gedreven door een mix van doorgeschoten marktideologie, wetenschappelijke blikvernauwing en menselijke tekortkomingen, hardnekkig vasthouden aan de mythe van vooruitgang.”

Tot besluit schrijft hij: “Psychotherapie zit aan haar plafond. Veel lijden kunnen we niet wegnemen; wen er maar aan.”

Bron(nen):   New Scientist